Het meisje met het rode haar.

Meisje met het rode haar 2021

2021 februari

Ook vandaag is de wereld niet veranderd. Het is februari. In het dal van Gyrus in de buurt van de Limbische bergketen en niet ver van Huesca dat stad betekent, dragen de olijfbomen pas ontloken bloesem en op de flanken van de gesplinterde rotsachtige bergen, tussen menshoge cactussen bloeit rozemarijn. Op het smalle gevaarlijke pad dat door de heuvels kronkelt, richting de zee, fladderden voor de voeten kleurige vlinders. Verscholen tussen de cactussen kwelen, in hoge tonen, de woerhennen en honderden wandelende takken vliegen op als je hun schuilplaatsen passeert. Onder een lage middagzon liggen landinwaarts de hoge, klifachtige, bergkammen die, zo nu en dan, in asgrauwe wolken worden gehuld. Voorzichtig ga ik voetje voor voetje over het oneffen pad. De uitgestrektheid beangstigt mij. Ik vraag mij af hoe de hersenen dit allemaal kunnen opnemen! Het zijn raadsels diep in mijn hoofd, de een nog raadselachtiger dan de ander die elkaar verdringen en blijft de wereld in al haar raadselachtigheid hetzelfde. Antwoord krijg ik niet. Wat is belangrijker, ik die hier op 1300 meter wandel of dat wat zich in mijn hoofd afspeelt?  

Toen ik voor wat voor een reden dan ook onder een staalblauwe hemel even stil stond en uitkeek over de snaarheldere zee, had ik geen idee hoe ik mijn dagen hier, tussen de heuvels en de bergen met diep beneden mij de zee verder zou doorbrengen. Ik volgde de bootjes op zee die met vette witte snorren door het water kliefden, snoof de aromatische geuren van de bomen en planten op en liep moeizaam verder. Ik had zeker acht uur gelopen. Onder het hoogste hemeldak dat ik ooit had bereikt, over de met de hand uitgekapte en slingerende rotspaden in zuidelijke richting dacht ik na, in stilte, over wie ik ben en over het meisje met de rode haren die ik een tijdje geleden ontmoet had. 

De avond ervoor had ik te veel gedronken en slecht geslapen. Als het pad steil naar beneden laveerde, of langs een rand van een ravijn de hoek omsloeg, hoorde ik een stem in mijn hoofd, dat ik beter terug naar het dorp moest keren. Maar dan antwoorden ik dat het niet lang hoefde te duren, nog twintig minuten en ik was beneden en de angst zal dan verdwijnen door de oprukkende schoonheid van de natuur: het dal van Gyrus want daarom was ik hier. De bergen en de zee spraken mij toe te blijven en de vrees voor al die weidsheid verdween.

Ik moest denken aan het meisje met het rode haar. Dronken lag ik in haar spichtige armen en praatte en praatte maar door. Er kwam geen einde aan. Ik zei: ‘Ik wil je schilderen en tekenen.’

‘Dat mag.’ Zei ze.

‘Naakt,’ zei ik.

‘Ook naakt,’ zei ze met een dalende stem en blies zacht in mijn oor en over mijn bruingebrande gezicht.

‘Maar dan gaan we ook neuken,’ zei ze met een donkere stem.

‘Dan gaan we ook neuken.’

September 2022 Robert Kruzdlo

(Sinds 2016 heb ik in Amerika -Main, New Hampshire New York en Spanje, Andalusië in 14 verschillende steden gewoond. Tussen dode vulkanen, in oerbossen en aan grillige kusten. Alleen! In tegenstelling tot wat de grote fantast J.L op zijn blog De Bodemloze Beeldentuin beweerde ben ik sindsdien zeer gesteld op mijn eenzame zwerftochten en deel ik nooit meer een bed met een vrouw. (Ik of een ander zal hem op een dag juridisch wreken.) Maar inmiddels heb ik talrijke bijzondere vrouwen ontmoet. Meisje met het rode haar is een van hen.)