De pelgrimsroute van Santiago naar Jerez.

Santiago Abascal, voorzitter van de politieke partij VOX begroet militanten supporters en legt vriendelijk, bij verrassing, zijn hand op mijn schouder.*

‘Om de een of andere reden lijkt de mens, als we de seksualiteit even terzijde schuiven, niet altijd voor de wederzijdse liefde geschapen. Dat de zondeval hier debet aan is spreekt voor mij en vele andere geloofsgenoten vanzelf. De duivel is de overste der aarde met alle gevolgen van dien en dat weten we langzamerhand allen.’  

Dit las ik, zonder bronvermelding, op internet. Alsof het uit de blogger eigen koker van de blogger kwam, natuurlijk niet, hij staat er om bekend, plagieert erop los. En dus, heeft de lezer er niets aan te weten wie hij is. Helpt het zijn zonde toe te geven? Dit laatste zal hij nooit doen. Toch zag ik, door de tekst heen, de blogger doorschemeren, gaande duidelijk worden, de oude ziel. Demonisch figuur.

Gistermiddag, onder een felle zon, wachtte ik, gezeten op een marmeren bank, op een paar vrienden uit Israël, zonder dat ik daar erg in had. Ik had ze, er voor, nog nóóit ontmoet, maar na een minuut of minder voelde ik aan mijn klomp aan, dat het aardige mensen waren. Een paar zinnen en we hadden een geanimeerd gesprek over de lange wandelingen die zij samen hadden gemaakt: ‘Je ontmoet op de pelgrimsroute van Santiago de Compostela veel aardige mensen.’ 

Twee weken waren zij en hij samen en nu stonden we hier met z’n drieën onder een hete zon alsof God ons had samengebracht. Rondom ons wapperde in de warme wind VOX- en Spaanse vlaggen, niet wetend wat er kan gaan gebeuren vroeg een van hen: wat betekent dit allemaal?

Dit vroeg ik mij af toen ik de tekst over de zondeval las. Ik moest denken aan iemand die lijdt aan dwanghandelingen. Meestal zijn deze mensen niet creatief en op een bepaalde manier verstandelijk gehandicapt leugenachtig. Sinds de zondeval van die iemand, om het maar, zo verstandelijk mogelijk te opperen, herhaalt die iemand elke dag dezelfde handelingen: hij plaatst op internet eindeloos hetzelfde, dezelfde informatie over zichzelf. In wisselende volgorde, want er zal ergens op de wereld iemand zijn die vergeten is wie hij was, nee is. Potdorie, miljoenen keer heeft hij, de blogger, in tegenwoordige tijd, weer een muis- tipklik van iemand die op zijn blog klikt gehoord. Ergens uit een opflakkerende neuron spat het genoegen, de herhalingsdwang die onbehandelbaar is, vrees ik: knoopverslaaf, aan muis-, tipklikken. Zo ook de zondeval.

Ik had mijn vrienden uitgelegd hoe verkeerd, dat ik/zij, op dit door de hete zon overgoten plein, bezig waren. Het gekletter van vlaggen, aanzwellende mensen stemmen, die zo dicht op elkaar stonden alsof het één familie was die straks in één autobus moesten passen, verlangde ik naar het moment dat ik en mijn nieuwe vrienden, in joelen zouden uitbarsten: puta madre. Immers ik had gezegd dat de ‘duivel’ in aantocht was en die wilden zij ook zien. De duivel, daar mijn uit het niets verschenen Israëlische vrienden er alles van wisten, was het afwachten of we samen ‘puta madre’ willen gaan roepen?

Last hebben, nee géén enkele last ondervinden van dwanghandelingen is biologisch. Keer op keer moet je hetzelfde doen om bedrog, liegen en verdraaien van de waarheid te behouden, als een vurige drift. Ik zei tegen mijn vrienden dat in de politiek hetzelfde gebeurde, ook in Israël werd mij verzekerd. Het is een manier om, met je geloofsgenoten, de duivel te spelen en als je die niet hebt, een internetpubliek verzinnen met miljoenen klikken.

Dat er heel veel politie in burger was betekende toch wel iets. Dranghekken, links en rechts, werden extra gecontroleerd en toen er gejoeld werd, omdat er een aantal auto’s aan kwamen rijden, greep ik naar mijn telefoon. Die lag thuis. Mijn vrienden zwaaiden met hun telefoons. Samen zullen we met de duivel op de foto gaan, die als een breedlachend schaap zojuist uit de auto is gestapt en er een hemels applaus opstijgt. Boven ons een verzengende blauwe lucht.

Thuis, had ik bij het afsluiten van mijn computer nog gedacht dat als iemand die liegt en ‘willens & wetens’ een ander de grond inboort, dwangmatig dat wel, hier een duivel aan het werk moet zijn. En als de duivel straks de microfoon pakt, dan is dat voor zijn geloofsgenoten niet erg. We all burn in hell.

Plots stond Santiago Abascal voor mij. Om eerlijk te zijn had ik alleen Santiago geroepen. Mijn vrienden keken mij vreemd aan, nee zo heet hij en ik wees naar de man waarop een politie in burger mijn hand wegsloeg. Auw.

Santiago, zijn hand op mijn schouders. Ik voel het nog en ik kreeg een vreemde grimas op mijn gezicht. Dat ik daarom moest lachen deed er niet toe. Nee, in de tegenwoordige tijd, het er wel toe doet: de duivel had zijn hand op zijn vijand gelegd zonder dat hij dat wist. We zijn niet wederzijds om de liefde geschapen. 

Thuis dacht ik, om een goed gesprek te hebben, moet je met de duivel afspreken. Wie weet neemt hij zijn evenknie mee, Joost mag het weten. En dan te bedenken dat evenknie evenknie vonnist.

Aandoenlijk toch allemaal.

.

*Santiago Abascal verdedigd de waarden en tradities, het platteland en de visserij, het stierenvechten, de gelijkheid van alle Spanjaarden, de strijd tegen illegale immigratie, genderwetten en historisch geheugen.

Robert Kruzdlo Jerez de la Frontera Spanje 2022 juni

Babel Stad

Spaans jongetje Palmzondag in babel stad Jerez de la Frontera Cádiz Andalusia

Ik woon in babel stad. 

Alles is nieuw en ik zal verdwalen. Ik zal nooit de dingen twee keer hetzelfde zien. Het duurt een tijdje voor ik weet wat ik gezien heb. Het is april en zomers. Straten en pleinen reutelen van mensen, terrassen zoemen van mensenstemmen. Goed opletten iedereen zit en loopt anders. Geen stel benen is gelijk aan die van een ander behalve de dochter en zoon van moeder en vader. Vaders houden hun vingers stevig rond de hand van hun dochters gekneld. Platte tienerbuiken, pubers met teveel vet, adolescenten met zwembandjes, lichamen nerveus giechelend en kletsend, ongeduldig wachten op een terrastafel. Ik sla een smalle straat in. Bovenaan de straat roept een visser of ik verse vis wil kopen. Ik schud van nee. Hij sukkelt met zijn plastic tassen verder de heuvel op. De zon schijnt vel tussen de sinaasappelbloesem. De geur is niet te beschrijven. Bedelaars houden mij tegen. Ik geef ze niets. Moeilijk de blikken te ontwijken. Ik verdwaal in deze stad met haar indrukken. Onderweg denk ik aan hen die het moeilijk hebben elders in vreemde steden en landen, nergens thuis, ontheemd en met heimwee en ongekende driften bezwaren ze het idee ergens toch een thuis te hebben. Zelfs al komen ze uit dezelfde stad. Als tranen woorden waren schreef men niet zoveel. Er valt niet te concurreren met het ‘leven zelf’ schreef Saul Bellow. Ik mijmer, langs eeuwenoude paleiselijke gevels, dat de kunstenaar van de natuur ‘kunst’ maken wil. Schrijven, dat kunnen de meesten, maar literatuur schrijven? Voor alles heb je een gereedschapskist nodig. Heb je die niet? Na een tijdje weet ik wat ik bedoel: Je volgt een cursus creative writing, houd je strikt aande regels en je levert het manuscript in. Waarom zou ik mezelf dwingen om op die manier te schrijven? Ben je jong, gender, zojuist uit de kast gekomen, een blauwe maandag bewusteloos geweest omdat je agressieve moeder een pan spaghetti boven papa’s krant leeg kieperde; vader een dweil van een man is en de adolescent uit een huis vol crisissen vlucht. Als het maar schokkend is. Of neem het geloof dat je onderdrukt en niemand meer goed kan doen; je hormonen slikt omdat je een tussenmens bent, ex-vluchteling, een nymfomane moeder hebt, pedofiele ouders, buiten je moedertaal een andere taal hebt geleerd, kortom als je maar trauma’s hebt opgelopen, de gebeurtenissen het bloed onder je nagels halen, door elkaar geschud. Trauma’s en nog eens trauma’s. Dit denk ik als ik langs het oude Moorse kasteel loop en opkijk naar de hoge muren, de pluimen van ranke palmbomen wuivend in de wind. Mijn vriend vertelde ooit hoe na de oorlog al zijn vriendjes uit de klas niet waren teruggekeerd. Waar is kunst dan voor nodig als de wereld naar de kloten gaat? En dat kunst niet in een museum thuis hoort, het museum zijn fantomen heeft, hoe tegendraads de kunstenaar ook is, hij haalt nooit het niveau van de abjecte werkelijkheid. Iets schokkends zien kan elk moment als je maar de krant openslaat en je ogen openhoudt. Is kunst een troost tegen al dit geweld? Nee, er is geen bescherming meer ook niet in de kunst. Dat is wat kunst doet. Pijn.

Palacio del Virrey Laserna? Pijn. Vanaf de achttiende eeuw. Pijn. 

@robert kruzdlo 2021 april 5

…Kunst,