Twee reacties van schrijvers.

Op het ‘gekkigheidsterras’ met een cava kurk op Julio Josephe Casias neus.

Parakleet

Parakleet is een kortverhaal dat ik schreef voor een schrijfwedstrijd. Hier twee reacties van anonieme beroepsschrijvers. Ik blij? Nee. Ik won er niets mee. En dus hopperdehop ik moet verder. De dag was verder goed en ik had nog veel te vieren. De dag, het uur, NU! Champagne op het terras, lekker zonnetje en een leuke ober Julio.

De Parakleet. – “Ongrijpbaar, tussen de regels door gruwelijk, mooi geschreven met een enkel typefoutje is dit heerlijk om te lezen. De schrijver heeft slechts enkele zinnen nodig om de lezer in zijn wereld te trekken. Nergens wordt duidelijk wat er precies speelt, waardoor de lezer geprikkeld wordt. Een prachtige inzending.”

De Parakleet – “Ik heb genoten van het verhaal. Ik werd meegenomen naar de leeggehaalde villa en voelde bijna de kou op mijn huid. De laatste alinea was interessant, vooral de zin: omdat wij niet alles weten, weten we niets. Dat is een uitspraak om over na te gaan denken.”

Lees hier het korte verhaal Parakleet van Robert Kruzdlo:

Parakleet

Robert Kruzdlo november 2022 Jerez de la Frontera.

Een mens heeft twee hoofden.

Foto Robert Kruzdlo Famillie Jesus Sixto Alva

Ik zat gister op het terras tegenover Las Cuadras te blokken op een korte tekst. Ik doe dat niet vaak want ik ken veel mensen in de stad en die willen, als ze mij zien, altijd een kort gesprekje. De zon scheen en het was T-shirtwarm. Ik werkte aan een tekst De Parakleet. Op het plein verscheen familie Jesus en aanhang.

&

De stad waar ik woon is geen wildernis als het centrum van Amsterdam. Vrouwen worden niet nagefloten en fietsers rijden niet door het rode stoplicht. Hier lopen pubers met een topje, ultra korte broek en een naveltruitje. (Lees hier hoe ultra rechts Nederland met pubers omgaat, over de angst cultuur in de grote stad.) Amsterdammers zouden hier een vakantie moeten komen vieren.

Dit schiet door mijn hoofd en meer…in een flits. Het andere hoofd, dat van mij, mijn hoofd dat nadenkt zoekt naar woorden en zinnen. Een gave. Ik heb twee hoofden, net als iedereen maar niemand maakt er een onderwerp van. Ook in de literatuur is dit onderwerp NIET te vinden. Het sluit niet aan de literatuurwetenschap en taalwetenschap. Jammer dat regels dit verhinderen. Of toch, je komt het tegen, zo nu en dan in deel twee van De Russische romans van Vladimir Nabokov, in het verhaal De gave: ‘Mijn gedachten keren zich naar het andere, het niets.’


Nabokov bedoelt het andere hoofd dat hij nooit zal leren kennen en waar hij uit het niets moet putten om herinneringen op te halen.

&

Gister was ik onder een van mijn schilderijen in slaap gevallen. Mijn zoon had de foto gemaakt. Ik droeg het masker van een valselijke toneelspeler, de lelijke schoonheid van een monster met de trekken van een mens die niets te vertellen heeft.

Schilderij Robert Kruzdlo 3 X 2 meter Wij gevoel van Annie Ernaux (Klik hier.)

Aan het werk. Nog een keer tekst verbeteren en dus…

Moeder zegt met haar vorkige stem: ‘Ga jij eens sneeuwscheppen.’ 

  Ik druk met de achterdeur de sneeuw weg. Op de sneeuw ligt een fondant zilverlaagje ijs. Het hellingbos staat ongelukkig verscholen in een doffe witte mist. IJzel valt ritselend uit de kruinen van de kermende bomen, druppelt van de glazige zwarte twijgen en boort gaatjes in de sneeuw. Mijn bevroren voetstappen van gister cirkelen nog rond de villa. Het enige wat ik kan is kijken zonder woorden. Woorden die komen toch wel. Achter het raam met ijsbloemen, tussen de dampende was zit moeder met haar mimische rug gebogen voor de brandende kachel. Ze heeft een hekel aan haar rug die veel heeft meegemaakt. Die rug komt nooit meer recht. 

  Overgrootmoeder zoekt in haar tasje naar haar bril en zakdoek. In geval de post weer slecht nieuws brengt. Getergd kijkt ze tussen de onderbroeken met veters, naar buiten. Ze kijkt blindzicht. Kijkt naar binnen en stuit op zachte ijsbloemen op haar ziel? Mij ziet ze niet staan. Wat ze ziet kan ik misschien raden. Op de keukentafel ligt een stapeltje post.

  Krakend verdwijnen mijn voetstappen in de sneeuw. Ik wil mij voorover laten vallen. Later zal iemand, een hond misschien, mij vinden maar, ik draai mij om en kijk vol wroeging naar de villa. De villa, behalve de bijkeuken, is leeggehaald en verbeurdverklaard ook kan elk moment moeder uit huis geplaatst worden.

De villa lijkt op een oude foto, korrelig, rafelig en onscherp, die ik nog steeds bewaar.

‘De autoriteiten kunnen mij verder geen pijn meer doen,’ heeft moeder gezegd,

…pijn dat doe ik mezelf wel aan.

  Voor de mannen het huis kwamen leegruimen – wij, overgrootmoeder, oma en ik, hadden onze koffers veilig in de kelder verstopt – heeft moeder, met hulp van het klissende crapuul uit de hoerenbuurt, waardevolle dingen, schilderijen, etsen en de staande klok verpatst. Daarmee heeft ze de rekeningen van de kroeg betaald. Die gedachte doet vrieskou pijn. Onderwijl schep ik sneeuw, een pad van de voordeur naar de straat en schiet ongenodigd deze zin in mij op:

…een vrouw die met haar geslacht betrokken is bij alle dingen van het leven – geboorte en dood – heeft een kerel nodig, een vent om haar recht te halen. Een broger had moeder niet meer. Haar rechten verspeelde ze keer op keer. 

*

Iemand stuurde mij een filmpje van mijn expositie in Bar Bujío.

4 stijlen door één persoon verzonnen.

Robert Kruzdlo 2022 Cadíz

O, o, San Miquel Jerez de la Frontera Spanje.

Voltallig bestuur Culturele week San Miquel, geheel rechts Robert Kruzdlo 2022

Een vriendelijke man kwam naar mij toegelopen en begon in het Andalu, een taaltje uit Andalusië Spanje en vooral gesproken in Jerez de la Frontera, een heel verhaal en eindigde met een vraagje: ‘U kunt zo mooi tekenen, wilt u voor ons tekeningen maken.’

‘Ons?’

‘Ja, voor de culturele week van San Miguel.’

‘O, voor de wijk San Miguel, ja natuurlijk en wat wilt u dat ik teken.’

‘Flamenco, flamenco dat kunt u zo goed.’

Weken later viel er een uitnodiging in de WhatsApp-bus. Ping.

Nu hoef ik niets te tekenen, ik had al meer dan honderd tekeningen van flamenco thema’s getekend en dus moest ik de man die Manuel heet en de organisatie AV Cruz Vieja de Barrio de San Miguel iets apart tonen. Mijn deelname zou getoond worden in een oud paleis en dat prikkelde mij om iets anders te doen met de tekeningen dan ik normaal gewend ben. Hierover later meer.

Gister 22 september 2022. Tijdens de presentatieceremonie in een oeroude Bodega Faustino González waar ik met genodigden sherry van meer dan tien jaar oud dronk, bezweet oude kaas at, herkende ik veel gasten uit Jerez. (In een bodega is de vochtigheidsgraad 90 %.) Ik ben al aardig ingeburgerd in Jerez. De eigenaar van de Bodega, twee meter lange kerel ken ik jaren en omdat ik niet van ellenlange buurtpraatjes houd slenterde ik tussen de gestapelde vaten. De geur van sherry die je overal in de stad ruikt, de zwarte eikenhouten vaten en vooral de stilte, verliet ik dronken van de geuren het prachtige honderdjaar oude pand.

Uit mijn boek de Kolonel: Boven de paleizen, Bodegas en huizen, op pleinen en langs brede lanen belegd met zwerfstenen wuiven de gepluimde kruinen van de ranke dadelpalmen. Soms twintig meter hoog, opwassend onder het mooiste blauw. Op een enorm plein spuit lawaaierig en levenslustig een fontein. Twee keer per jaar vallen de sinaasappels en mandarijnen van de bomen. Geknakt en geplet liggen ze in de goten. Niemand plukt het fruit. Door de witgekalkte muren van de bodega’s wasemt de sterke geur van sherry’s. Binnen liggen in rijen de lekkende zwartgeblakerde eikenhouten vaten hoog opgestapeld. Op de witgepleisterde gevels staan de namen van de grote Sherry landeigenaren. Ik herinner mij opeens een regel van Rimbaud: A noir, E blanc, I rouge, U vert, O bleu, voyelles/ Je dirai quelque jour vos naissances latentes.

Tekening Robert Kruxdlo 1,80 X 2.0 meter Palacio de Villapanés Jerez de la Frontera.

Tekeningen Robert Kruxdlo 1,80 X 2.0 meter Palacio de Villapanés Jerez de la Frontera.

Wordt vervolgd Robert Kruzdlo 2022

(Sinds 2016 heb ik in Amerika -Main, New Hampshire New York en Spanje, Andalusië in 14 verschillende steden gewoond. Tussen dode vulkanen, in oerbossen en aan grillige kusten. Alleen! In tegenstelling tot wat de grote fantast J.L op zijn blog De Bodemloze Beeldentuin beweerde ben ik sindsdien zeer gesteld op mijn eenzame zwerftochten en deel ik nooit meer een bed met een vrouw. (Ik of een ander zal hem op een dag juridisch wreken.) Maar inmiddels heb ik talrijke bijzondere vrouwen ontmoet.)