La Morales

Tapasbar Casa La Morales Sevilla Spanje 7 mei 2022 Robert Kruzdlo

Ieder die verslaafd is zit diep in een knoopverslaving.

Stel…, dat uit de leegte iets verschijnt, plotseling een gewelddadigste herinnering, iemand, iets, een handeling en je in diepe schaamte onderdompelt?

Pau Austess

‘Ik ben een voorstander van ‘postkritiek’ de poging om nieuwe vormen van lezen en interpreteren te vinden die verder gaan dan de huidige methoden van kritiek, kritische theorie en ideologische kritiek. Maar, ik ben géén voorstander van de huidige postkritiek, die in allerlei schakeringen het voetlicht hebben gehaald. Ik ben voor postkritiek als, …als diegeen die kritiek geeft ook de regels van zijn eigen kritiek ondermijnt. Met het beeld van ‘Tussenmens’ in je gedachten kan dat.’ 

Toen ik dit gezegd had, keek ze mij aan: Als God, heet ze, Misja dus, kijkt mij met grote ogen aan. Haar lippen strak en opgerekt. Van haar wijd opengesperde ogen weerkaatst een vreemd licht, leeg, kristalhelderboos en ze voelt zich ineens ongemakkelijk; de nekspieren gespannen, komen haar lippen even van elkaar. In de pupillen zitten barstjes, trauma scheurtjes, woede van oud zeer, dat weet ze, maar ze kan er niets tegen doen. Het komt door mij, ík ben hét. Ik de dromer die langzaam achter het behang moet verdwijnen. Op zulke momenten lukt het haar niet de lava van oud zeer, gloeiende modder, als een vulkaan, niet over mij heen te spugen. Misschien heeft ze het gezien: ik krimp ineen. Ik maak mij zo klein mogelijk. Ik doe het voor haar…

In een interview zegt Misja, dat er een leegte in haar is. Door de leegte waarschijnlijk, koopt ze kleren en heeft ze inmiddels een halfton schuld. Ze draagt de kleren niet, ze stapelt ze op, op zolder bij papa en mama. Haar ex had eerst nog begrip voor haar en hoopte dat ze ‘de leegte’ met iets anders zou vullen. Kleptomanie neen…, en ook niet door weer een kapstok aan nieuwe kleren te kopen. Echtscheiding. Psychologen, filosofieën, helder verstand, het kon niet baten.  

‘Misja, zeg ik, je bent ‘KNOOPVERSLAAFD”.

Ik heb al beschreven hoe ze mij dan aankijkt.

Knoopverslaving is iemand die een vak heeft geleerd en desondanks niet weet hoe een mensenleven in elkaar zit. Elk boek is daar getuige van: je raakt verknoopt met wat in het boek staat. Je kunt als taalkundige proberen uit te leggen wat het boek te vertellen heeft, maar het blijft projectie, je getuigt van een zelfopvatting. En dat kun je vakmatig doen. Welke wetenschapper dan ook, je bent de klos van je eigen vak.

‘Misja,’ probeer ik weer, ‘geef eens kritiek op je zelf, vertel mij datgeen wat je aan niemand ooit verteld hebt.’

Zo waar komt er een glimlach.

‘Als ik het je vertel dan krijg ik mijn erven niet…,’ ze huilt.

‘Ik vertel het aan niemand, niet aan jouw, ook niet aan de psycholoog, nee ik lieg, wel dus, maar de psycholoog heeft mij beloofd…,’ door haar snikken kan ik niet verstaan wat ze zegt.

De zon is inmiddels achter de daken verdwenen. Het terras loopt vol. De plakkerige hitte wordt overschaduwd door een lange stilte. Schuldgevoel? Misja drinkt snel. Ik houd mijn mond en ik zie het weer voor mij, hoe ze loslippig dronken haar verhaal vertelt over haar jeugd. Mijn vriend en ik luisteren ingetogen, en kijken haar betekenisvol aan. Ze is dronken en dus hoeven we het niet te menen en dus, dus…, dus zus en zo.

‘Hij, in pyjama, pakte mijn hand die ik op iets hard moest leggen. Een bult. Niet dat ik hierdoor ben beschadigd, nee hoor… .’ 

Maar zei ik, vertel je nu niet letterlijk wat Marguerite Yourcenar heeft beschreven? Oom en het kleine meisje? Incest dat alleen in een puur particulier moment geen schade aanricht.*

‘Nee,’ zei mijn vriend die literatuur studeert, ‘ze verwijst naar Don Miguel en Anna die geen enkele spijt hebben als broer en zus met hun liefdes relatie, maar ze zijn bang, eeuwig in de verdoemenis te geraken, leeg te worden, dus kiezen ze voor boetedoening… .

Op het terras heerst een monotoon geroezemoes. 

’Ik ben knoopverslaafd, zegt Misja. 

Ze staat op om naar de toilet te gaan. Daar kan ze nadenken en als ze terug, met een plof, op haar oude plek gaat zitten zegt ze: ‘Ik dacht dat je alles zat in te vullen, maar nu begrijp ik pas dat het te maken heeft met dat je de leegte wil oplossen en daarmee het probleem.’

Ze omhels me.

La Morales, mijn favorieten tapas bar in Sevilla, we worden dronken. Ik verzin dit natuurlijk allemaal. Maar het helpt. Wie als God wil leven hoeft nergens bang voor te zijn.

Het is allemaal liefde wat hier kraait.

.

De schrijver postkritikaster aan tafel. Schilderij Robert Kruzdlo 1996

Robert Kruzdlo Sevilla Spanje 8 Juni 2022

*Yourcenar, An Obscure Man, heeft het jonge meisje Nathanaël een intieme, fysieke relatie met een man, oom, waarvan ze geniet. Zij weet dat de wereld hem zou veroordelen voor zijn deelname aan wat als onnatuurlijke handelingen worden beschouwd, maar zij weigert te geloven dat haar/zijn oprechte genegenheid voor een andere als verkeerd moet worden beschouwd.  

De Tussenmens.

Zwartgatschilder.
Foto Robert Kruzdlo Maastricht 1995

Aan het woord een academicus; een zwartgatkijker.

Kan de student zich niet beter rustiger, kritischer en aandachtiger lezend in zijn leerstof verdiepen dan de luisterende student die, zelfs als hij uitgeslapen is, en zeer gemotiveerd, na een kwartier van luisteren – naar de denkbeeldige academicus – de draad van het verhaal al ‘wel’ weer kwijt zal raken. Drie kwartier ongestoord het woord nemen? Wat is daar het effect van? Je wordt een ‘zwartgatkijker’.

Hij nam een slok whisky.

En weet je de mens, laat mij niet lachen de mens, weet je, ken je Johannes 20, 19… eerst een slok, die zegt:

Gij kent het leven niet en wilt dan iets van de dood,

dat is wat ik bedoel, we weten niet, kennen niet alle feiten en als we niet alle feiten kennen weten we niets, en, moet ik dan die jonge mensen uitleggen wat liefde is?

Met zijn vinger omhoog probeert hij de ober te lokken. Die kijkt niet. Een straal zon valt door een klein raampje. Je kunt de stralen tellen.

De mens zal het niet lang maken, geloof mij, door de uitputting van de natuur zal hij het niet lang maken, over en uit, weg zijn loopbaan, boeten zal de rest die overblijft, en, en wat ik je zeg, ze kunnen ook meteen de bibliotheken sluiten, die boeken zijn niets meer waard, dat zeg ik je…

Een whisky en vino tinto

dat zeg ik je, want de mens heeft de wereld naar de kloten geholpen en het is totaal ondenkbaar dat het tegenovergestelde gebeurt, ha, ha, beter kan het met de mens niet aflopen, hij kan opnieuw beginnen en weet je, dit zal gebeuren omdat de mens zich niet wil temperen, temperen in alles, minder kinderen, minder van dit en zus en zo, zus en zo, let op mij dat wordt het. Hét. 

Het ijs in zijn glas maakt toktoktok.

Alleen de lust en niet de liefde heeft gewonnen, alleen de lusten bestaan, biologisch en neurobiologisch, de lusten…, de lusten die zijn het zus en zo, zus of zo, maar van de liefde, o goddedegod, van de liefde kun je niets anders beweren dan het zich lustig heeft voortgeplant.

(Monoloog van een hoogleraar in de neurobiologie-filosofie “De positie van de TUSSENMENS” op een terras te Jerez de la Frontera.)

To catch a glimpse.

Als je geen ogen in je kop hebt hoe is het dan mogelijk dat ik, in een droom, frisse groene rucola zie.

Soms vang ik, in een korte verschijning en zonder dat ik dat wil,  een glimp van mijn ander zelf op. Ik ben dan even niet die ik was of nu ben. Ik ben even de ander en niet de ander die mij maakt: Nooit. Vreemd niet? 

De existentie is een puur chemische en neuraal-elektrische werking van mijn brein. Het kiezen wie ik ben is onmogelijk. Ik denk dat ik niet ben wie ik ben en ook nooit zal worden wie ik ben; ik ben een derivaat van mijn hersenwerkingen. Er valt niets aan te doen. 

Ik, hoe kom ik van die ik af? Ik verlang de ander te zijn. Soms vang ik een glimp op van mijn brein die zonder (het) ik zijn werk doet. Het maakt mij blij. De ik is er even niet.

Vannacht droomde ik over groenten. Ikzag de kleur groen in allerlei schakeringen. Er hing een uithangbordje bij: groeten. Vooral de groente rucola was prominent aanwezig. In de droom vroeg ik: als je geen ogen in je kop hebt hoe is het dan mogelijk dat ik frisse groene rucola zie. Een antwoord kreeg ik niet en dat voelt als een liefdeloos gemis. Een gemis dat zich alleen afspeelt in mijn hoofd. En wie ben ik om daar met een pincet in te roeren en te zoeken. Het brein kan zonder ik en de vragen die ik stel al helemaal.

Die rucola en de glimp van mijzelf is dat chemisch? Van die vraag lig ik niet wakker van. De wereld om mij heen, de beelden, emoties, gevoelens en het verstandelijk gebruik daarvan is allemaal een chemisch neuraal proces. Dank u, zeg ik tegen mijn brein. Dat ik als kunstenaar de natuur dankbaar ben, want…, ik kan vanuit dit standpunt beide kanten aanschouwen. 

In mij, in mijn brein moet een autodidactische “schrijver” zitten, een kunstenaar en ik mag het exploiteren omdat ik tussen brein en de werkelijkheid insta. Ik ben een TUSSENMENS. 

Mijn verlangen gaat dan ook uit naar de boekenschrijvers: literatuur zou hierover moeten gaan. Een boek slecht of goed geschreven maakt niets uit. Dat de meeste mensen liever alleen goede en slechte boeken met al zijn bekende talige ingrediënten en syntaxissen willen lezen, zonder enige afwijking, zegt veel. Echte literatuur wil dit niet. Literatuur is een brein zonder ik waarin een schrijvertje zit die ik nooit word.

Voorbeeld: “De handeling van dit verhaal zal ertoe leiden dat ik ‘transformeer in een ander’ en uiteindelijk materialiseer in een object. Ja, en misschien bereik ik de blokfluit waar ik me als een soepele liaan omheen zal winden”, schreef Clarice Lispector.

Vrijheid is aanvaarden dat het ik, het bestaan niet logisch is, maar chemisch. Het brein functioneert zonder ik veel beter. Dat komt omdat het brein zichzelf niet kan observeren. Het brein is natuur tussen de natuur: het binnen en buiten. Bloed, tranen, zweet, sex, honger en nog veel meer. 

In de literatuur zou die IK als een abject persoon duidelijk naar voren moeten komen. Hoe weet ik niet precies? 

Of zoals Sartre zegt: Het ik is een dingetje van het brein.

Foto Nicolai Kruzdlo in de HAMMAM 2020 New York

.

Expositie Spanje Robert Kruzdlo

Negen kinderportretten vanaf 1975 tot heden Robert Kruzdlo

Er zijn volgens mijn intuïtie vier bronnen waar een kunstenaar uit kan putten. Maakt niet uit hoe diep de put is. Hoe langer de ketting hoe mysterieuzer de vier heilsleren zijn, de werking van het brein is. De bron van het ego kan behoorlijk schreeuwen, echoën en razen, de ziel fantaseren en het brein goochelt zich een tussenweg: hij is oppermachtig.

De meeste kunstenaars geloven alleen in de drie-eenheid: ego, hart en ziel. Ik geloof in een ‘état mixte’ het brein en het beleven. Het bubbelen bewustzijn. De beleving staat niets in de weg, het gaat zijn weg. Tussen beleving en het brein speelt zich het mensenleven af. Tussen buiten- en binnenwereld. Dit Tussenmens is in staat te overleven. Niet-lineair en niet chronologisch, voortdurend zijstappen, verleden en toekomst door elkaar gehusseld, elke betekenis krijgt weer een andere betekenis. Door miljoenen-, miljardenbeelden op te slaan in het brein krijgt ieder zijn eigen plek als tussenmens. Niemand heeft hetzelfde breinarchief, daardoor is ieder mens uniek en vrij. Vrij?

Niet over mekkeren, wees trots. Vrijheid is het beste idee en geloof, sterker dan wat en welke cultuur dan ook. Wie vertelt de waarheid? De schrijver of het brein met zijn gigantisch depot. Zelfs meer als je alle computers van de wereld met elkaar verbind. Blijf geloven.

Ik verzamel een serie kinderportretten. Vanaf 1975 schilder en teken ik kinderen. November exposeer ik deze kinderportretten in Gerona Spanje. Nu ik die gezichtjes zie, denk ik aan het bovenstaande: ze zijn nog niet verpest.

Wie steekt het licht in de duisternis van ons brein aan? Ik niet, ook een zelf, ziel of geest niet. Dan doen neuronen.

W.F. Hermans schreef: “De werkelijkheid zwijgt. Zij toont alleen wat wij zien, en spreken doet zij helemaal niet. Zij geeft op onze vragen alleen antwoorden die we zelf onder woorden brengen – en ook die grotendeels niet overeenkomstig de waarheid.”

..

 

@robertkruzdlo 

Gendagen

Heleen Mees is econoom en schrijft op 9 april in de Volkskrant dat er aapdagen zijn en dat de vrouw verlangt om misbruikt te worden: moraal doet er niet toe: hier zijn genen aan het woord, schrijft ze.
Mees bedoelt dit natuurlijk figuurlijk. Misschien wel cynisch? Na een lange lijst van opsommingen, personen die reageren op Baudets politiek-filosofie, komt Mees tot de conclusie: Baudet is niet een leerling van Roger Scruton maar van Michel Foucault. Leerling?


Voor de Volkskrantlezer die Roger Scruton of Michel Foucault niet kennen is niet leuk. Het zijn twee filosofen of is dat niet genoeg? Het zijn mannen en geen vrouwen. Ze zijn alle twee door het machtscentrum begeesterd. Ze houden ervan alles onder controle te houden en hebben er dikke boeken over geschreven. Waar wil ik heen?


Mees, heeft haar column zelf niet geschreven, dat hebben de genen gedaan. Baudet is geen leerling van Foucault, hij is net als Mees genetisch bepaalt.


Economen, als ze al iets kunnen voorspellen zijn ze altijd te laat.

Misschien de politiek ook?

@robert kruzdlo