Renate Rubinstein was een taalmepper

Herinneringen ophalen over Renate Rubinstein. Links mevrouw V. Eiram die dom gevonden werd door taalmepper Renate Rubinstein.

Mijn moeder was een taalmepper.

Ze kon iemand, het liefst een vrouw, in de zeik nemen. Vrouwen deugden niet, mannen wel. Het was haar strijdmateriaal om aardig gevonden te worden bij mannen. Mannen die een knieval voor haar maakten als zij, met haar doordringende waterige ogen, donkere stem en flirtboezem het zwakke geslacht – ja de man – kon inpalmen. Mijn moeder was een nymfomane. Dit etiket werd haar geschonken door de natuur. Biologisch en vooral niet psychologisch! Voor sommigen was zij een viespeuk. Een allergie voor valse emoties als het moest. De natuur wikt en weegt op haar manier. Mijn moeder was een ijktoon voor muziekanten. De fluit. Ze had het vaak over een fluit. Ze had nooit rust. Nooit heeft ze geweten wie haar vader was. Ze was permanent recalcitrant en afhankelijk van mannen. Ze wilde dompteur worden en haalde haar diploma in 195.. Dierenpark Valkenburg Klant’s zoo.

Ik weet niet beter dat toen ik 6 jaar was zij, …zij mijn moeder meer dan 6 vriendschappen achter de rug had. Gezellig was het in huis: clowns, cowboys, trappisten circus artiesten, leeuwen- en berentemmers en ga zo maar door. (Directeuren, afdelingshoofden, militairen, leraren en andere vergelijkbare diensten.) Ik zag het allemaal met kinderogen aan. Nu nog steeds. Mijn herinneringen zijn helder.

Ze had ook zware depressies. Drank hielp haar er overheen of soms er onder. Door haar geflirt kan ze haar somberheid verbergen. Soms was ze bij het gênante af vrolijk. Zelfs als ik erbij was. Ze had geen vader maar loods aan vrienden. Haar overlevingsstand. Ik heb haar soms in grote woede zien ontsteken. Dan gooide ze alle spullen van een geliefde uit het raam en zwaaide met de kachelpook. Mijn moeder was een sterke vrouw. De natuur deed haar werk. Een lastpak voor haar moeder en grootmoeder die ze op een intelligente manier financieel kon leegplukken. Alle drie konden ze niet zonder elkaar: trois fous.

Mijn moeder had twee hoofden in haar kop. 1 biologische en 2 hoe gebruik je het. Doordat ze voortdurend verliefd was en slapeloze nachten had is er in de buurt veel gestookt. Ze is een hoer voor de een en een vriend voor de ander. Nieuwe liefde maakt haar sterk, haar zelfvertrouwen groeit en ze poetst het huis. De schrijver Carmiggelt schreef mij een brief dat vrouwen in de keuken thuishoren. (1978) Hoe kom ik hier ineens op? Laat maar…

Mijn moeders humeur was voor mij geen mietje. Het liefst stuurde zij mijn naar een klooster. Niets bleef onder de rader bij ons thuis. Zelfs liep er een periode een aap door het huis. Ik werd er mee vergeleken en waarom ook niet? De aapmens, vuurmaker, spelend met werktuigen, is immers een man.

Mijn moeder kon liegen, verdwalen, fantaseren en was een heks. (De heks, lees Uphoff hierover.) Ze had complexe leugens die zij niet fabriceerde maar haar biologisch afkomst. Hoofd 1. Zo vond ze altijd haar levenslust.

Mijn moeder had een allergie voor valse emoties en zocht haar hele leven de ware emotie. Die heeft ze nooit gevonden. Zo is de natuur nu eenmaal. Ze kon zich er niet bij neerleggen en werd gek.

Je kan op mijn moeder psychologische etiketten plakken – die zijn erger dan het biologische etiket – je zult nooit dichter bij haar gekomen zijn.

Ik denk nu ineens aan Renate Rubinstein. Mijn moeder en Renate waren elkaars spiegelbeeld.

Ik belde Charlotte Goulmy. Over Renate koos Charlotte voor een psychologische label, ik voor een biologisch label. Het is maar hoe je bent opgevoed.

.

Robert Kruzdlo Amsterdam 2022 november.

.

Lees een essay in TEEF van Nicolai Jerez die mij volgt: https://www.tijdschriftteef.com/essays/de-kunstenaar-schrijver-moet-moed-krijgen-om-zijn-nieuwe-wereld-te-leren-kennen

Leeuwen in de keuken.

Alice Kruzdlo Maastricht 1955/56

In de buurt word er nog over een zigeunerfamilie en soms nog erger gesproken. Ofschoon al zestig jaren geleden, heeft Sint-Pieter Maastricht het er nu nog over. Het huis aan de Mergelweg was vol exotische geluiden, maar het meest vreemde geluid kwam vanaf de eerste etage: het gegrom van twee jonge leeuwen.

De 6 jarige zoon Robert Kruzdlo, die van school kwam, kon zijn ogen niet geloven toen hij de deur van zijn slaapkamer op de eerste etage opende. Verdwaasd staarde hij naar twee leeuwenwelpen, die rollebollend door de slaapkamer met een kleine rode plastic bal aan het spelen waren. Plotseling verscheen zijn moeder die hem met een ferme ruk aan de kraag van zijn jas terug de gang optrok. Buiten adem vertelde ze dat hij in het vervolg een andere kamer had en dat zijn spullen al waren verhuisd. Toen begon ze de twee gevlekte okerachtige welpen naar zich toe te lokken door de diertjes kleine stukjes rauw vlees voor te houden, terwijl ze kordaat riep: “en place”. Vol ongeloof keek hij naar de onwilligheid van de diertjes die niet wilden luisteren en vroeg zich af wat met de leeuwtjes zou gebeuren wanneer zij eenmaal groter waren en een mensenkind konden oppeuzelen. Op de handen van zijn moeder parelden kleine, dieprode bloeddruppels en zonder één vraag te stellen keerde hij zich om.

In zijn vlucht voelde hij katachtige nagels in zijn kuiten. “En place”, riep zijn moeder streng en trok de welpen aan hun nekvel terug de kamer in. Pacha en zijn zusje Saida sisten tussen hun tanden met opgetrokken lippen.

In die periode nam Alice Kruzdlo haar zoon vaker mee naar het mooie hoogst gelegen dierenpark van Nederland: Klant’s dierentuin in Valkenburg, waar een roofdieren dressuuropleiding was gevestigd. Op de kop van de Cauberg stonden tussen oude bomen, slingerweggetjes met rododendrons en begroeide taluds, de kooien met wilde dieren. Beren, tijgers, apen, olifanten, enzovoorts veroorzaakten een hels lawaai van schreeuwende, kraaiende, geeuwende, sissende en brullende dieren. Toen ze haar zoon een keer achter liet voor de kooi met volwassen ijsberen, zag hij zijn moeder even later de kooi binnen stappen, gewapend met een lange zweep.

Klak, klonk het en nog een keer en dan weer ‘enplace’. Terwijl de bezoekers zich verzamelden voor de ijsberen kooi klonken haar commando’s in het Frans. Moeder Alice Kruzdlo was in opleiding voor het ge- vaarlijke beroep van dompteur van wilde dieren. Acht jaren lang had zij dieren verzorgd en wanneer er een ziek was, nam zij het mee naar huis en probeerde het beter te maken. Bij Klant keek ze bij de dompteurs de kunst van het dieren temmen af. Zo kwam ze ertoe een groep van drie beren aan te schaffen waarmee ze een jaar lang met het ‘Cirque Espagnol’ in België op tournee ging.

Haar grote ideaal was een groep leeuwen bijenkaar te krijgen en daarom kocht ze alvast twee jonge abessijnen van Burgers Dierenpark in Arnhem. Als ze groot genoeg waren zou ze met hen in circussen gaan optreden.

Toen de leeuwenwelpen plotseling ziek werden, werd een bevriende dierenarts geroepen. De inmiddels volgroeide leeuwtjes moesten worden geopereerd. In de keuken! Daar lag Saida op haar rug met opengesneden buik en werden de rode ballen die ze had ingeslikt verwijderd. Intussen klonk vanuit de logeerkamer af en toe gebrul dat huizenver te horen was. Het gebrul was afkomstig van Pascha. Voorbijgangers stoten elkaar aan: ‘Een flinke baby; het lijkt wel een hongerige leeuw?’ Pascha had geen honger. Het gebrul was het verdriet omdat hij treurde om zijn tweelingzusje Saida, dat in de keuken bij lag te komen van de operatie. Pascha rook onraad.

Vijf kwartier later kon de dierenarts melden dat Saida gered was. 

Daarna werd ook Pacha verlost van zijn niet verteerbare maal. Nadat de leeuwen hersteld waren van de operatie, kwam gaas voor het raam. Bij goed weer was het de gewoonte dat het slaapkamerraam open bleef. Het gaas voor het raam stelde niet zoveel voor en zo nu en dan stak er een leeuwenkop naar buiten. Gelukkig lag het verblijf van de wilde dieren aan de achter- kant van de villa, maar op een dag ging het mis. Een wandelaar die de weg was kwijtgeraakt en in de be-boste helling achter de villa terecht was gekomen, kreeg de schrik van zijn leven. Toen hij sluipend door de tuin terug wilde keren naar de weg aan de voorzijde van het huis, zag hij twee leeuwen uit het raam hangen. Het duurde niet lang of brandweer en politie stonden voor de deur.

Daarna kwam de pers. De straat liep uit. In de krant stond de volgende dag: ‘Maastrichtse dame houdt er wilde huisdieren op na.

Anders dan het ‘journaille’ had gedacht, was Alice Kruzdlo een frêle vrouw met een zachte gevoelige stem, een vriendelijk oogopslag, charmant en elegant. Eerder een balletdanseres dan een ‘circuskunstenaar’. Maar schijn bedriegt…

Hoe zij ertoe was gekomen om te kiezen voor een zo gevaarlijk beroep? “Omdat ik van dieren houd”, antwoordde ze eenvoudig. Eenzelfde antwoord kwam van haar 80 jaar oude grootmoeder die even later aan het gesprek deelnam. “Ik vind het heerlijk tussen al die dieren in huis. Ik ben gek op dieren, mijn hele leven al geweest trouwens. Maar het meeste houd ik van Pacha en Saida. Pacha is een goeie lobbes een verwende lummel die alleen maar lekkere hapjes lust en Saida is een echt vrouwtje, speels, onberekenbaar en snoeplustig.”

Haar enthousiasme maakte duidelijk van wie haar kleindochter de liefde voor dieren had geërfd.

Intussen kostten de dieren handenvol geld en bleef nauwelijks voldoende over voor het gezin dat vaker honger leed. Alice had alles opgesoupeerd aan haar bijna dwangmatige hobby. Om een faillissement te voorkomen werd besloten de leeuwtjes aan winkels en warenhuizen te verhuren voor reclamedoeleinden. Pacha en Saida, zo jong als ze waren, moesten bijgedragen aan het onderhoud van Alice, haar drie kinderen, haar moeder en grootmoeder.

De eigenaar van het ‘Televisiepaleis’ aan de Brusselsestraat Maastricht maakte als eerste gebruik van die mogelijkheid en hij zag de leeuwtjes met weemoed vertrekken.

‘Ze waren hier al zo thuis en de leerling-monteur en ik’, schreef hij, ‘vonden het echte troetelkindjes, waar je zo echt van gaat houden. Ik zal dan ook vaak nog met heimwee aan die schattige leeuwtjes terugdenken.

Om U de waarheid te zeggen, had ik er in het begin een zwaar hoofd in. De mensen stonden vier rijen dik voor de etalage en het zag er naar uit, dat er meer belangstelling voor de leeuwtjes bestond, dan voor onze radio- en televisie-toestellen.

Hoewel wij van deze reclame niet schatrijk zijn geworden, zijn de kosten er dubbel en dik uitgekomen. De eerste dag, maandag, 28 november, verkochten wij alleen al twee televisies en drie radio-gramofoon-combinaties, wat voor een eenmanszaak toch zeker een zeer goede verkoop genoemd mag worden.

Het leukste van alles was echter, dat uw leeuwtjes zo met liefde door u verzorgd werden. Ze waren dan ook al spoedig aan ons gewend en hoewel ik ze niets mocht geven, had eens moeten zien, hoe ze mijn vingers aflikten, als ik ze ‘s avonds nog gauw verwende met kleine beetjes leverpastei. Dat is een ware delicatesse voor hen.

Al met al is het een reclame voor mij geweestdie ik nooit met dagbladreclame had kunnen bereiken. Ik wens u met uw leeuwtjes verder veel succes toe en kan mijn collega’s ad- viseren: doe het ook eens.

Het waren niet alleen eenmanszaken die dit advies volgden. In de etalage van Vroom en Dreesmann in Geleen lagen de twee jonge leeuwen een week lang tussen het speelgoed en trokken heel wat bekijks. Een modemagazijn in de Groote Staat Maastricht bood de mogelijkheid om voor twee gulden vijftig met een leeuwtje op schoot op de foto te gaan.

Alice was daarna door half Europa op tournee met onder andere Circus Strassburger, haar kinderen overlatend aan haar inwonende grootmoeder en overgrootmoeder. Haar droom om dompteur te worden kon ze echter niet waar maken.

Lees mijn boek TUSSENMENS.

Uitgeverij TIC Maastricht.

Bronnen: Robert Kruzdlo: Volkskrantblog; De Nieuwe Limburger.

.

.