Frambozen literatuur en het literair kapitalisme.

Wat is literatuur?

In de jaren twintig van de vorige eeuw deed in literaire kringen het gerucht de ronde dat de schrijver Hofmannsthal de spot dreef met Stefan Zweig (1881 – 1942), die hij altijd verachtte, door hem erwerbszweig te noemen. Een spel met de achternaam van Stefan Zweig dat commerciële tak betekende. Zweig was in zijn leven de best gelezen schrijver in Duitsland en dat kwam doordat hij van zijn vak schrijven een redactionele marketing maakte en een bedrijf was. Het Salzburger Literatuurarchief digitaliseert het ‘Hauptbuch’, een document dat onthult hoe de Oostenrijkse schrijver zijn productie regisseerde alsof er een lezers-fabriek bestond: meer een bedrijf dan het klassieke idee van de eenzame schrijver achter zijn bureau. Literaire marketing door Arnon Grunberg gaat wel heel ver. Vooral in het Grunbergse-psychologiseren is iedereen een dader en slachtoffer tegelijk. Slachtofferhulp is niet ver weg.

Op een blauwe maandag wist ik in een flits wat literatuur is. Literatuur heeft niets met cryptogrammen invullen te maken, maar de lezer pijn doen. Literatuur is als de lezer denkt dat hij Marek van de Jagt, Kafka, Rosie, een psychiater, jodin of een lustmoordenaar et cetera is.

Lezen dat je een dweil bent onder de dweilen en niet alleen je buurman of -vrouw. Ik sta in de boeken van A, beschreven als de lezer van zijn eigen stront, verkrachter van het woord. Ik dacht op die blauwe maandag: literatuur is een mensenfabriek geworden waarvan de schoorstenen moeten blijven roken. De ovens van de letteren moeten blijven knetteren.

Nu elke lezer een dweil is, neem ik het voortouw: ook de schrijver is een dweil. 

Literatuur is een bord spaghetti met veel tomatensaus en gesmolten kaas dat over het hoofd van de lezer wordt uitgestort. Lezers tekortkomingen is lezersplezier. Alle vuiligheid in zijn kop wordt breed uitgesmeerd tot een pageturner. De sadomasochist betaalt voor zijn genot. 

De lezer geniet niet van een frambozentaartje, de lezer geniet van het gat dat gaapt tussen wat hij is en wat hij niet is. Hij is een tussenmens.

De schrijver kan zichzelf, noch de werkelijkheid beschrijven. De lezer wordt ondergepoept met zijn mateloze woorden. 

De lezer kan niet genoeg krijgen van zijn beul.  

Hij wil gekwetst worden, doorboord door duizenden mitrailleurpennen, zijn lijf doorboord, voelt hij zich een trotse uitvinder van zichzelf. Hij is zijn eigen beul geworden en snakt naar meer.

De schrijver speelt onder één hoedje met de lezer, zelfbedrog. Er is geen hoop of troost. Er komt een dag dat er geen lezers meer zijn. Er zijn alleen daders van het kwaad. Wees helder en beknopt, persoonlijk, zodat iedereen weet dat zij, de schrijver en de lezer, het ras, een potje spiering is.

Het tragische noodlot dat ons wacht is dat niemand medelijden kent. Iedereen wordt je vriend. Samen kun je Gods aars likken, want alleen hij weet wat hij doet.

De literatuur is een taalfabriek vol enthousiaste medewerkers en lezers geworden. Schrijvers winnen prijzen over de ruggen van de lezer. Hij wordt rijk door de wereld waar hij in woont af te zeiken. Laat de schoorstenen van de schrijffabriek roken zoals ze de hele geschiedenis hebben geroken. Schrijven maakt vrij.

Niemand hoeft na te denken, te praktiseren. Lezen zul je. 

Nu het zo dicht bij u komt, de schrijver zich als hoofdluis op uw kop heeft genesteld en de jeuk nooit verdwijnt, kunt u trots zijn op uw lezerschap. Duizend boeken zullen als ‘spieringspaghetti’ met het bloed van alle slachtoffers, met gesmolten lichamen van alle oorlogen, u overgieten. U, de seniel, die het nog niet weet, zal ondergekotst worden door uw favoriete schrijver. Hij, de baas van de literatuurfabriek, zal u nooit antwoord geven op uw prangende vragen.

Hij, die nog niet de Nobelprijs voor literatuur heeft gekregen, zal zijn lezersschaapjes hoeden. 

Zolang de schoorstenen blijven roken, is er hoop voor hem. De lezer zal hem een worst wezen, die maakt hij zelf wel.

Niet zo lang geleden heeft hij een prijs gewonnen. Aan die prijs is een bedrag van honderdduizend euro verbonden. Hij moet zeventig procent besteden aan een speciaal project, een project dat anders is dan wat hij tot nu toe op zijn terrein ondernomen heeft. 

Hij moet nog één project ondernemen, dat plan verafschuwt hem. Ik doe een voorstel: een wereldreis maken met de neuropsycholoog, de beroemde literaire wondprikker Michiel Houellebecq en leermeester Marek Hlasko, die hij als brokkenkadaver in zijn rugzak moet dragen. Een molensteen om zijn nek met de inscriptie: ‘U moet elke dag geld verdienen’.

Tot slot: Sommige schrijvers lijken op een menselijke computer, het zijn ‘nullen en enen’ en schrijven honderden boeken. Of zij iets bijdragen tot een menselijke evolutie moet duidelijk zijn: nee!

Een lezer die ooit psychische schade heeft ondervonden bij het lezen van een frambozenboek kan aangifte doen.

Robert Kruzdlo

Cadiaz Spanje 2022 december

*De villa waar de joodse auteur Stefan Zweig die op 23 februari 1942 Petrópolis (Brazilië) zelfmoord pleegde, is in eigendom van een erfgenaam van de Porsche-clan, een medewerker van het nazisme!

Betaalde onzin van Arnon Grunberg en volgzame Cobrablabla.

Onthoofding theorie van Arnon Grunberg. (Klik hier)

(…) Ik merk op de markt, dat het niet goed gaat. Na een nogal rumoerige ronde over de markt, bieden de verkopers smekend hun laatste waar van de dag aan. Bij Mama, die lams-, geiten en schapenvlees verkoopt idem. In de vitrine liggen ontvelde geiten-, schapenkoppen die mij met doodsbange ogen aankijken. De bebloede gevilde hoofden met een rij scherpe tanden, alsof ze tegen mij lachen, hebben allemaal dezelfde kleur ogen, zwart. Bloedrullig liggen de hersens, kloten, harten, levers, een hoop pens, een kom nieren en darmen te verschralen. Dikke vliegen grommen om mij heen. Schilderachtig. *

Ik moet denken aan het karkasschilderij Le boeuf van Joods-Franse schilder Chaïm Soutine die karkassen van ossen naar zijn atelier sleepte. Hij kwakte kilo’s verf op het doek, om de stinkende karkassen zo natuurlijk te schilderen, om redenen die ik niet ken. Misschien een oerdrift¿

Waar is kunst dan voor nodig als de wereld naar de kloten gaat? Kunst hoort niet meer in een museum thuis, die is overal te zien. De schoonheidsfantomen van het museum als bijvoorbeeld van de geamputeerde schrijvers Arnon Grunberg, hoe tegendraads de kunstenaar ook is, hij haalt nooit het niveau van de abject werkelijkheid. Grünberg heeft geen mening hij taalt en taalt tot in het oneindige. Hij is als schrijver een “woordblender” zonder ooit de diepte in te gaan blijft hij veilig met zandwoorden strooien. Hij zegt nooit iets, hij spreekt. Nee dan is dit toch beter: TUSSENMENS. Dan maak ik liever reclame dat niet de kunst kunst is maar waar hét vandaan komt. En daarvoor heb je meer woorden nodig dan het kletspraatje dat Grünberg hield…

Iets schokkends zien kan elk moment…, als je maar de krant openslaat en je je ogen openhoudt. Schoonheid in de kunst een troost tegen al dit geweld? Nee, er is geen bescherming meer, geen troost en vooral niet in de kunst. Die is een en al de dood. Dat is wat kunst doet. Pijn. De schoonheid van dystopie is pijn hebben zonder troost.

Pijn in de kunst Robert Kruzdlo 2020



*Uit het boek: De Kolonel.

Robert Kruzdlo Cadiz 2022 Andalusië Spanje.