Madonna & Basquiat 1 miljoen $

Jean-Michel Basquiat.

1985 New York. Mijn vader kocht, nee liever gezegd, kreeg een kunstwerk omdat hij loopdiensten voor de kunstenaar deed. In Manhattan deed hij voor verschillende bedrijven, particulieren, loopwerk. Post brengen, van kantoor naar kantoor, pakketjes en soms zo klein dat hij het in zijn voering van zijn jas kon steken. Hij verdiende genoeg om bij de paardenrace vijfduizend doller in te leggen. Winst? Nul. Drankproblemen. Armoe en lopen, lopen, lopen van Brighton Beach tot Ditmars Steinway van Manhattan tot Locust Point enzovoorts, diagonaal Port Chester naar New Jersey. Zijn schoenen piepten altijd.

Op een dag kwam hij een Total Loss kunstenaar tegen. Hij deed zijn klus en begaf zich terug naar zijn kamer, met een schilderij van de kunstenaar. Het schilderij is nu in mijn bezit: Jean-Michel Basquiat. Ik heb het schoongemaakt, misschien te veel. Het lijkt wel nieuw.

1985 New York Madonna & Jean-Michel Basquiat.

Robert Kruzdlo 2022 Cadiz Spain

 

THEA koeienogen.

Slapen op de Dam Amsterdam

Knielend komt de nieuwe dag

Amsterdam 1964

Hij was een korte periode Puch nozem en reed de hele dag, in de buurt, korte ritjes met zijn Puch bromfiets. Hoog stuur. Vetkuif, veel brylcreem. Spaghetti-haar. Als hij stopte sprong er een meisje achterop, schriel, brutaal met soms een suikerspinkapsel, een ‘bijenkorf van haar’ aan elkaar ‘geplaktlakt’, met hairspray, zwaar gelipstickt, zwarte cape of wapperende petticoat en natuurlijk, hij kon haar meenemen naar een onbewoonbaar bouwvallig huis, dan kleden zij zich rustig uit en keek ze hem verlegen met koeienogen aan, – zoals Thea met haar Thea-ogen – haar kleren en ondergoed op een hoopje, gaat ze op zijn leren jas liggen en spreidt ze haar melkachtige dijen uiteen, dan zegt ze met Thea bollige stier ogen verlangend, ‘komt er nog wat van?’ Thea was altijd ritsig, verlegen, timide geil, bang, alles tegelijk en alleen als ze achterop de Puch mocht springen verloor ze haar verlegenheid, haar angst en vrees voor jongens. Afraspen, para kwijtraken. Elk weekend neukte ze in ‘onbewoonbaar verklaarde woningen’ in de geur van schimmels, houtrot, houtkevertjes, zilvervisjes, mieren en spinrag. Het deerde haar niet. Haar ogen, daar had ze last van, zei ze eens tegen hem. Klotsogen, zei hij. Je hele leven zul je daar last van hebben. (Dat bleek ook. Haar kinderen dachten weleens dat haar ogen uit haar schedel zouden kunnen vallen. Opvoeden kon ze jammerlijk niet goed.)   

Op een dag borstelde hij zijn vetkuif net zolang tot hij een Beatle kop met haar had. Liet zijn haar tot over zijn oren groeien, kocht een broek met wijde pijpen, en ruilde de korte leren jack met een zwarte cape. Hij verkocht zijn Puch en werd Provo. Op dat moment, door de haargroei misschien? braken overal ter wereld rellen uit. In Amsterdam waren het de… provorellen,  arbeidersopstanden en… studentenbezettingen. Door de overgang van Puchnozem naar Provo, langharig tuig, verloor hij Thea uit het oog. 

Tussen de…, ‘invasie van menselijke termieten’ zoals de Provo’s werden genoemd, die de maatschappelijke organisatie aanvraten, schreef Osservatore Romano, het blad van het Vaticaan, voelde hij zich op zijn gemak, sliep op de Dam Amsterdam, in een onbewoond huis of een park. Natuurlijk veel spannender dan het geklets van de vrouwen thuis. Wat hadden zij eigenlijk allemaal te bedisselen? Wisten zij dan niet wat er gaande was in de wereld. Hij ontdekte de straat, de nacht en de ochtend van het Ij-licht. Majestueus kwam de zon op boven het Ijsselmeer, tussen de gebouwen, die haar stralen op het water liet ketsen, Swarovski-water en dronken van de slaap ging hij terug naar de woonwagen die op het Bickersplein stond. Ja, …lees het en laat het tot u doordringen. Hij woonde in een woonwagen op een plein met zijn moeder, groot- en overgrootmoeder en de rest doet er niet toe. Natuurlijk en gelukkig op straat daar gebeurde hét. HET. ALLES. En dat HET waren de rellen in het centrum van de stad. HET was ook zijn kop. HET dus. 

Langharigen kregen in die tijd geen baan, hij werd eens bespuugd, soms geweigerd in een biscoop of koffiecafé  en je hoorde natuurlijk in een opvoedingsgesticht thuis. In zijn geval, neurale diversiteit, misschien op een goede school. Maar daar had zijn moeder geen geld voor. 

Hij stal boeken en verkocht die. Een keer een fiets. Zo kwam hij door bedelen aan zijn geld. Hij bezocht dancings Las Vegas waar hij voor het eerst Wally Tax ontmoette, de zanger van The Outsiders, haar tot aan zijn heupen en hij luisterde naar muziek die een openbaring was. De wereld was gelukkig aan het veranderen en hij, HET veranderde mee. Dat was een kracht die niemand kon tegenhouden. Het gebeurde allemaal in zijn kop, ergens achter zijn ogen, tussen zijn oren, zonder schoolopleiding ging hij mee met zijn tijd.

Provo happenings. Hij genoot van de spanning tijdens de politieoptredens en vooral… opgenomen te worden door een ruige mensenmassa van stenengooiers, rookbommengooiers, wouten met gummiknuppels, tot de zon weer boven het IJ opkwam. Het leek de verlossende antwoorden op al zijn levensvragen van dat moment. Hij was geen bul, kikker, pleiner of dijker, geen nozem of damrakker, hij werd gewoon…, een provo! De nieuwe vorm van zijn, al was het een jonge vorm, het gaf hem meer soulaas dan de oude vormen als: de vrouwen en de woonwagen, Clarks schoenen en wijdpijpers van broeken. Vanaf dat moment zong hij Wally Tax tekst Let’s forget what I said. 

Elk weekend waren er provo-, straatrellen bij het standbeeld het Lieverdje in het centrum van de stad. Zo kreeg de rebellie tegen de vooral katholieke samenleving kleur en werd het een soort straatkunst, straattheater kunst, een film die maar niet ophield. Trappen tegen de heilige huisjes en hoe dan ook in opstand komen. En als hij thuis kwam zei hij niets. Er werd hem ook niets gevraagd en als er iets gevraagd werd was het altijd op een schellende, bijtende manier of hij wel wist dat de wereld morgen zal vergaan. Het nieuws was tot de vrouwen doorgedrongen. 

Hij deed met verve mee, instuifavonden of liever gezegd instuikavonden werden nachten en de nachten ochtenden en ochtenden middagen slapen in het park.

Voor de vrouwen baarde hij ‘dé moderne zorgen’ hij was geworpen door mijn moeder, maar zelf opgekrabbeld om op 12 juli 1965 pamfletten van provo uit te delen. Hij haatte het gat waar hij uitgekomen was, existentialist, las Camus. Hij was tevreden met het HET. 

Op een zaterdag was het weer zover. De rellen braken vroeg in de avond massaal uit, de politie zette de buurt af en gewapend met de bullenpees begon men op de mensen in te slaan. De menigte rond het wit geverfde beeld het Lieverdje op het Spui Amsterdam – uit protest – protesteerde heftig tegen het gedrag van de politie. Joelend. Zelfs de politiesabel werd gehanteerd. De woedende joelende menigte werd uit elkaar gedreven en verdreven tot aan de grenzen van Amsterdam.

Toen het ochtendgloren over het Amsterdamse IJ klom riep iemand – we stonden op een talud bij Diemen – loop je met mij terug naar de stad. Het was Thea. Thea wilde neuken. Met haar biologische overstelpte sex drift riep ze: ik wil met je neuken. Hij liep hand in hand terug naar de stad en via allerlei steegjes, waar geen politie was te zien, terug naar het IJ. Samen gingen ze op de rand van de kade zitten en keken hoe de zon opkwam. Zoenend greep Thea, plotseling zijn hand en duwde die tussen haar dijen. 

‘Beweeg je vingers’, zei ze. Dat deed hij. hij zag dat haar hoofd vuurrood als de zon werd en voelde dat ze sneller ging ademen, ademen als het klotsen van het water tegen de kade en haar lichaam werd warmer. Met een ruk schoof ze zijn hand onder haar kont. Ik zei ze zenuwachtig, ik wil dat je mij likt, mijn vriend die bij de bank werkt likt mij niet goed, jij kunt het vast beter, voor de sex blijf ik niet bij jouw, maar dat weet je: …wacht laten we naar de loodsen gaan, daar zijn wij alleen, zei ik. 

Hij kende de plek, de plek waar straathoeren, travestieten en alcohollisten kwamen. In die buurt waren de cafés dag en nacht open en het wemelde van matrozen van de grote vaart en er werden spontaan dragquees mise-en-scène opgevoerd. Er waren elke dag opstootjes en zijn moeder kwam er geregeld. Dan kwam ze bezopen thuis, verward en was de familie een tijdje blut.

Hand in hand liepen zij naar de loodsen en ergens tussen twee gebouwen in, die van rothout waren, scheef stonden en in een smalle gang ging hij op zijn knieën en begon haar kusjes op haar buik te geven en trok haar slipje uit; met zijn tong drong hij diep in haar binnen… Daaruit ben ik geboren prevelde hij. 

Thea, zou iedereen willen vertellen dat ze nog nooit zo lekker gebeft was, maar helaas, niemand kan het navertellen, ze houdt haar kaken stevig op elkaar, zeker nadat ze trouwde en…, en…, en dat was HET. En zus of zo, daar heeft ze het nooit meer overgehad.

1964

Robert Kruzdlo 2022 Andalusië

.

1973 Me Too

Tekening van Kiki Robert Kruzdlo 1973

.

Tieten. Hoeveel heb ik er niet al gezien en hoeveel niet in mijn leven. Elke borst is anders. Van puntzakje tot neervallende – of afhangende borsten, tieten die er niet meer toe doen. Volle kleine borstjes, jongensborstjes of lellen tot op de heupen. Afrikaanse puntzakken. Amerikaanse kanonskogels. Afgeschoten borsten en siliconenborsten. Tennisballen. Mijn ex deed elke dag een potloodtest: ze plaatste een potlood onder haar borst, haalde diep adem en als het potlood op de grond viel dan had de zwaartekracht nog geen grip op haar borsten gekregen. Op den duur gaan alle borsten hangen, verschrompelen en worden de moederkransen en tepels slap en zien eruit als verlepte roosjes. Het worden navelstaarders. Ze zullen langzaam naar de aarde wijzen. Ik hoor grootmoeder An, nog zeggen: Eerst kun je er een vulpen mee vasthouden en dan mijn portemonnaie. Nu flits er een ander verhaal tussen miljarden textus nervosus: 

Ze kleedde zich langzaam aan, weifelend, zonder haar gedachten te kunnen raden. Ik wilde haar niet lastig vallen met mijn intuïtie, mijzelf niet op de voorgrond zetten, alhoewel er niets anders opzat van haar afscheid te nemen. Een snelle kus en de volgende week zie ik haar weer in mijn atelier.

‘Mijn ouders zijn dit weekend weg, wil je bij mij slapen.’

‘Natuurlijk,’ om mij groot te houden, ‘maar je bent nog geen achttien.’

Haar ogen fonkelden, nee liever gezegd, het licht in haar ogen straalden er van af. Nu moest ik wel. Officieel had ze aan de administratie van de Rijks Academie gezegd dat ze achttien jaar was. Ik was bang. Stel je voor haar ouders komen eerder thuis.

‘Het mag, …wees niet bang.’

‘Goed.’

Het ouderlijk huis, een statig herenhuis met vier etages, had een grote kunstverzameling aan de muur. Ook een tekening van mij. In het midden van de kamer stond een sculptuur, een steen die constant nat werd gehouden; er vloeide constant water over de steen en je kon niet zien waar het vandaan kwam. Ik was er bijna op gaan zitten. Die nacht dronken we veel.

Kiki, heette ze. ‘Kirkir,’ zei ik steeds als ik mijn hoofd onder de dekens verstop. Ik dorfde haar niet te plezieren. Ze moet slecht hebben geslapen. Toen ze mijn hand pakte en die tussen haar benen gelegd had, gaf ik mij over aan haar wilsbesluit. Me Too, deed ik niet aan. Ik was duidelijk ondergeschikt en daar was ik trots op. (Gezien mijn slechte opvoeding.)

De volgende ochtend werd er op haar slaapkamer deur geklopt. Ik wierp het laken over mij heen en liet een klein stukje van mijn hoofd zien. Haar moeder trad de kamer binnen met in haar hand een dienblad met twee gekookte eitjes, geroosterd brood, thee en chocolaatjes. Ik was opgelucht.  

Só taalexperiment.

Aantal pagina’s uit het boek De Kolonel.

Is het je opgevallen dat er steeds meer kinderen zijn die zich niet in woorden uiten maar in klanken. Ik las in de krant van Babel dat er een speciale school is opgezet voor kinderen tot zes jaar die met elkaar communiceren in prelinguïstische klanken of alleen fluiten, neus en keelklanken. Mijn buurjongen van acht wil nog steeds niet talig zijn. In alles wat hij in klanken zegt kan ik hem volgen. Mijn onderzoek, de Kolonel gebaart met zijn handen in de lucht, is erop gericht, ….hierover later.

Só, drentelt door de kamer. Hij is zeer geconcentreerd en wil door niets afgeleid worden. De Kolonel zit achter zijn computer en als Só begint te spreken, noteert de Kolonel zijn woorden. Só, gaat op de vloer liggen, zijn armen gespreid, zucht en sluit zijn ogen: Die kinderen hebben precies door waarover het gaat. Ik ga het proberen uit te leggen. Al begrijp je mij niet meteen helemaal, hoor mij aan, blijf bij mij. Er zijn dus twee vormen, persoonsvormen, ‘ik en hij’. Ik dat weet je en Hij is het brein. Dus een ik en een hij tegelijk. En dus niet alleen een ik. Mij, die ik is van mij, is dus óók een hij. Volg je mij¿ Mijn brein bezit een ik en een hij. Die ik/hij is van mij. (Spreektaal.) Het brein is de souffleur van de persoonsvormen IK en HIJ tegelijk. Je kunt beter spreken van een brein als HET. Wat ik nu beweer is taalverminking¡ Maar, …deze taalverminking biedt dus een kans om een nieuwe literatuur te schrijven. Nieuwe kansen voor de kunstenaar. Wanneer het brein, HET spreekt, in de eerste persoon IK, spreekt zij ook in de derde persoonsvorm HIJ. HET zal een nieuwe persoonsvorm worden. Maar HET is in den beginne woordloos. Het zijn de miljarden stille neuronen die spreken als Het brein, HET is de souffleur van Narcissus stem, van alle stemmen in het planetarium. Ook van mijn stem. Taal is de boodschapper van een niet bestaande wereld die ronddart als werkelijkheid. Een werkelijk verschroeiende werkelijkheid, onmenselijk en de natuur heeft niets goeds met ons voor. Het brein, HET, is de onbevlekte ontvangenis van de biologische, fysische, neuro art literatuur die ten koste van de vrijheid de boodschapper van altijd slecht nieuws is. Altijd. De ‘Tussenmens’ is dus het einde en begin tegelijk. Entropie. Dit is nu de onzalige metamorfose van de nieuwe taal die wij moeten gaan spreken. Kunstenaars sta op, sluit alle bibliotheken en museums.

Je moet het verhaal achterstevoren vertellen, zei de Kolonel, dat is het enige wat we kunnen. Voor het woord woord wordt. Tropisme, …dat is het. Let op mijn woorden die tijd komt nog.

Dat probeer ik ook, zucht Só. Ik breek de toren van Babel af…, of zo iets. Wacht laat me denken, mijn denken inhalen, tot ik het begin heb bereikt, the pop-up, het lampje boven mijn hoofd aangaat, dan moet ik krimpen, verder teruggaan dan de taal, de taal van het lichaam worden, zonder geschiedenis. Dan is er weer overal vrede. Niet¿

De Kolonel knikte.

Maar nu zijn we idioten, hoe komen wij hier vanaf¿

Nirwana, zei de Kolonel. Het antwoord op de taal entropiëtische situatie. Er is geen wetenschapper die dit kan STOPPEN. De Kolonel slaat met zijn vuisten op tafel.

Só, alles terugdraaien dus. Woordloosheid.

Kolonel, alle stemmen laten horen, alle woorden, tot er niets overblijft. Stilte, het niets, de rest is filosofie van de koude grond. Zelfs de stem van Adam en Eva beluisteren. Dan de stilte van het universum. En dan¿

Dan kan alles opnieuw beginnen, zegt Só.

Kolonel, we moeten ons voorbereiden.

Ja, we moeten klaar staan, mompelde Só.

Niets is een illusie, mompelt de Kolonel verlegen, volgens Beckett: zolang het duurde, die aanwezigheid van wat niet bestaat, die aanwezigheid van buiten en binnen, die aanwezigheid ertussen, (…) als ik begrijp hoe het iets anders heeft kunnen zijn.

Só, Beckett bedoelt hier de tussenmens. Ik, hij denkt dat niemand ons gesprek kan volgen.

Kom ik heb zin in een beetje semantische onzin. In een taalspel. HET doet ‘t weer. We gaan toch naar de kloten. Of er moet een oogverblindende ster gaan schijnen, die zoveel licht brengt dat wij zonder een woord te zeggen het loodje leggen.

Er zit een gat tussen mij en mijn brein, een gat tussen mij en de werkelijkheid.

Je hebt gelijk Só.

De natuur zoekt het maar uit.

De biologie van het lichaam is over ons de baas, hij misbruikt ons door ons op te schepen met een taaltje. We zijn erin gestonken. God met ons.

Je hebt gelijk Só.

We moeten terug naar de eerste klanken.

Dat gebeurt nu toch¿

.

Robert Kruzdlo Cadiz Andalusië Spanje.

Betaalde onzin van Arnon Grunberg en volgzame Cobrablabla.

Onthoofding theorie van Arnon Grunberg. (Klik hier)

(…) Ik merk op de markt, dat het niet goed gaat. Na een nogal rumoerige ronde over de markt, bieden de verkopers smekend hun laatste waar van de dag aan. Bij Mama, die lams-, geiten en schapenvlees verkoopt idem. In de vitrine liggen ontvelde geiten-, schapenkoppen die mij met doodsbange ogen aankijken. De bebloede gevilde hoofden met een rij scherpe tanden, alsof ze tegen mij lachen, hebben allemaal dezelfde kleur ogen, zwart. Bloedrullig liggen de hersens, kloten, harten, levers, een hoop pens, een kom nieren en darmen te verschralen. Dikke vliegen grommen om mij heen. Schilderachtig. Ik moet denken aan het karkasschilderij Le boeuf van Joods-Franse schilder Chaïm Soutine die karkassen van ossen naar zijn atelier sleepte. Hij kwakte kilo’s verf op het doek, om de stinkende karkassen zo natuurlijk te schilderen, om redenen die ik niet ken. Waar is kunst dan voor nodig als de wereld naar de kloten gaat? Kunst hoort niet meer in een museum thuis, de schoonheidsfantomen van het museum als bijvoorbeeld van de geamputeerde schrijvers Arnon Grunberg, hoe tegendraads de kunstenaar ook is, hij haalt nooit het niveau van de abject werkelijkheid. Iets schokkends zien kan elk moment…, als je maar de krant openslaat en je je ogen openhoudt. Schoonheid in de kunst een troost tegen al dit geweld? Nee, er is geen bescherming meer ook niet in de kunst. Dat is wat kunst doet. Pijn. Een schoonheid van dystopie. 

.

Uit het boek: De Kolonel.

Robert Kruzdlo Cadiz 2022 Andalusië Spanje.

NEERLANDISTIEK NEDERLAND

Tekening Robert Kruzdlo. Kruzdlo is bezig alle Nederlandse schrijvers te tekenen.

Aandacht voor het volgende:

Er is een plan in de maak voor de oprichting van een Rudy Kousbroek Fonds, onder te brengen bij het Prins Bernhard Cultuurfonds. De bedoeling is om daaruit in de komende jaren bijdragen te verstrekken aan uitgaveprojecten op het gebied van de Nederlandstalige literatuur. De oprichters hopen je interesse voor een bijdrage aan dit fonds te wekken.

De missie van het Rudy Kousbroek Fonds zal zijn om de publicatie mogelijk te maken van verzameld-werkuitgaven van Nederlandstalige auteurs, alsmede van andere monumentale edities van Nederlandse of vertaalde literatuur, waarvan het literair c.q. literair-historisch belang evident is. Klik hier om verder te lezen.

Robert Kruzdlo Cadiz Andalusië Spanje

Moeder Betty Boop

O, moeder … u speelde zo mooi theater.

Uit het boek: Spiegel roman: In de voorkamer, de kamer van moeder, vader kwam daar nooit, stond een ontstemde Steinway. Moeder speelde bijna elke dag Liszt en soms, uit woede, Betty Boop.: I wanna be loved by you, zich een kramp in haar vingers. In de zomer zette ze de ramen open. Wandelaars hielden soms voor de villa halt en luisterde naar de pianomuziek, die over de brede in bloei staande ligusterhaag de weg opdreef, het dal in. Ik keek vanuit mijn slaapkamerraam, hoe sommige wandelaars weifelden of ze door zouden lopen. De weg voor de villa was nog niet geasfalteerd, hier en daar belegd met kinderkopjes en zat vol kuilen. Een keer stond ik op de gang te luisteren naar de pianomuziek – wat een vrede – toen langzaam de kamerdeur van vader openging en fluisterend zei hij: in 1875 speelde overgrootmoeder op dezelfde piano als Liszt. Toen sloot hij de deur.

Robert Kruzdlo Spain 2022

Cadiz Andalusië

Getingel van onverschilligheid.

Samuel Beckett kom, kom…

er 

hangt een sluier over de taal

wil

ik gaten schieten

de 

vorm van de taal aantasten

dan

komen en gaan scheuren

de

woorden verbreken de stilte

en

het niets komt dichterbij

de 

woorden maken geluid

het

pronken met hun taalpriëlen

likwideren

.

.

‘Waarheen zou ik gaan, als ik gaan kon, wie zou ik zijn, als ik zijn kon, wat zou ik zeggen, als ik een stem had, wie praat er zo, bewerend dat ik het ben?’ Samuel Beckett.

Vader en moeder konden elkaar, op de gang, uitkotsen met woorden. Dat wisten de woorden. Wat de woorden niet wisten was, dat zij in het labyrint opgesloten zaten: De Gang. De werkelijke werkelijkheid was het fysieke, de gang, de ‘oorlogsgang’. Hun dood. Op gang komen, dat betekende elkaar uitschelden met onsamenhangende woorden. Vlammend. De oorlogsgang, had in de lengterichting, breedte en hoogte, geen uitweg. Je kon de trap op, die naar de bovengang leidde, om naar je eigen kamer te gaan. De bovengang leidde naar de wijkplaatsen: de slaapkamers. Die van mij, moeder en vader. Vaders kamer was boven de keuken, zo ver mogelijk van het gepingel van de moeders piano. Moeders kamer was boven de vestibule, aan de straatkant en mijn kamer tussen hen in, en, tussen de logeerkamer en de badkamer in.

Vader heeft gister de badkuip uit de badkamer gesloopt. Om moeder te pesten. Ze kan douchen. Wij douchen ook. Het is hygiënischer dan in je eigen sop gaar te koken, had vader geroepen toen hij de badkuip uit het raam kieperde.

Zoeken om een uitweg, een uitgang uit deze eindeloze ‘gangbare’ ruzies, had geen zin. Als het vuur op de wangen schroeit kun je beter binnen blijven. Ze sloegen elkaar gelukkig niet. Uit hun grove bekken vol stekelige vooruitstekende tanden, die pijnlijke waren dan een slag met de hand in het gezicht, golfde gifgroene scheldwoorden. Nooit dachten zij, hoe is het met de jongen, hij, mij, ik die daar op zijn kamer, ik die in elkaar kromp en het hoofd tegen de lambrisering met briefpanelen knalde: in de hoop dat ze zouden ophouden.

‘Er is een tijd geweest dat ik verlichting zocht door mijn hoofd ergens tegen aan te beuken, maar ik heb het opgegeven. Het beste was snel weg te gaan,’ las ik later, veel later, zestig jaar later. Beckett schreef dit.

Ik wil dood, riep moeder, ik verbrand me in de oven, in het vuur, ik verdrink me in het vuur, brandend als een fakkel. IK, ik, ik,… Ze bedoelde de manshoge kachel in de keuken waar ze, zo beweerde ze, haar hoofd in wilde steken om de woorden die haar tong vermaalde, te verbranden. Ik ben toch maar een tussenmens, een incarnatie van de aapmens. Als Empedocles in een krater kan springen, kan ik dit ook.

Een buiten, even frisse lucht happen, bestond niet als zij zich scheldend naar hun kamer begaven. Op zulke momenten ga je natuurlijk niet naar buiten, dacht hij, ik dus. Want het is nu meer dan zestig jaar geleden. Het kon dagen duren voor een van hen de villa verliet. Door honger gekweld. Via de spiegel waarin gemopperd werd ging moeder naar de Klimop winkel. Opgelucht ademhalend. Eindelijk frisse lucht. Een slof sigaretten halen, sigaren, boter, eieren, kaas, brood, maandverband, nylonkousen, en honderd dingen meer die door haar hoofd schoten. 

Ook vader ging wel eens boodschappen doen, dan nam hij een bosje bloemen mee.

.

Uit boek: De gang. Robert Kruzdlo 2022 Spanje

.

Leeuwen in de keuken.

Alice Kruzdlo Maastricht 1955/56

In de buurt word er nog over een zigeunerfamilie en soms nog erger gesproken. Ofschoon al zestig jaren geleden, heeft Sint-Pieter Maastricht het er nu nog over. Het huis aan de Mergelweg was vol exotische geluiden, maar het meest vreemde geluid kwam vanaf de eerste etage: het gegrom van twee jonge leeuwen.

De 6 jarige zoon Robert Kruzdlo, die van school kwam, kon zijn ogen niet geloven toen hij de deur van zijn slaapkamer op de eerste etage opende. Verdwaasd staarde hij naar twee leeuwenwelpen, die rollebollend door de slaapkamer met een kleine rode plastic bal aan het spelen waren. Plotseling verscheen zijn moeder die hem met een ferme ruk aan de kraag van zijn jas terug de gang optrok. Buiten adem vertelde ze dat hij in het vervolg een andere kamer had en dat zijn spullen al waren verhuisd. Toen begon ze de twee gevlekte okerachtige welpen naar zich toe te lokken door de diertjes kleine stukjes rauw vlees voor te houden, terwijl ze kordaat riep: “en place”. Vol ongeloof keek hij naar de onwilligheid van de diertjes die niet wilden luisteren en vroeg zich af wat met de leeuwtjes zou gebeuren wanneer zij eenmaal groter waren en een mensenkind konden oppeuzelen. Op de handen van zijn moeder parelden kleine, dieprode bloeddruppels en zonder één vraag te stellen keerde hij zich om.

In zijn vlucht voelde hij katachtige nagels in zijn kuiten. “En place”, riep zijn moeder streng en trok de welpen aan hun nekvel terug de kamer in. Pacha en zijn zusje Saida sisten tussen hun tanden met opgetrokken lippen.

In die periode nam Alice Kruzdlo haar zoon vaker mee naar het mooie hoogst gelegen dierenpark van Nederland: Klant’s dierentuin in Valkenburg, waar een roofdieren dressuuropleiding was gevestigd. Op de kop van de Cauberg stonden tussen oude bomen, slingerweggetjes met rododendrons en begroeide taluds, de kooien met wilde dieren. Beren, tijgers, apen, olifanten, enzovoorts veroorzaakten een hels lawaai van schreeuwende, kraaiende, geeuwende, sissende en brullende dieren. Toen ze haar zoon een keer achter liet voor de kooi met volwassen ijsberen, zag hij zijn moeder even later de kooi binnen stappen, gewapend met een lange zweep.

Klak, klonk het en nog een keer en dan weer ‘enplace’. Terwijl de bezoekers zich verzamelden voor de ijsberen kooi klonken haar commando’s in het Frans. Moeder Alice Kruzdlo was in opleiding voor het ge- vaarlijke beroep van dompteur van wilde dieren. Acht jaren lang had zij dieren verzorgd en wanneer er een ziek was, nam zij het mee naar huis en probeerde het beter te maken. Bij Klant keek ze bij de dompteurs de kunst van het dieren temmen af. Zo kwam ze ertoe een groep van drie beren aan te schaffen waarmee ze een jaar lang met het ‘Cirque Espagnol’ in België op tournee ging.

Haar grote ideaal was een groep leeuwen bijenkaar te krijgen en daarom kocht ze alvast twee jonge abessijnen van Burgers Dierenpark in Arnhem. Als ze groot genoeg waren zou ze met hen in circussen gaan optreden.

Toen de leeuwenwelpen plotseling ziek werden, werd een bevriende dierenarts geroepen. De inmiddels volgroeide leeuwtjes moesten worden geopereerd. In de keuken! Daar lag Saida op haar rug met opengesneden buik en werden de rode ballen die ze had ingeslikt verwijderd. Intussen klonk vanuit de logeerkamer af en toe gebrul dat huizenver te horen was. Het gebrul was afkomstig van Pascha. Voorbijgangers stoten elkaar aan: ‘Een flinke baby; het lijkt wel een hongerige leeuw?’ Pascha had geen honger. Het gebrul was het verdriet omdat hij treurde om zijn tweelingzusje Saida, dat in de keuken bij lag te komen van de operatie. Pascha rook onraad.

Vijf kwartier later kon de dierenarts melden dat Saida gered was. 

Daarna werd ook Pacha verlost van zijn niet verteerbare maal. Nadat de leeuwen hersteld waren van de operatie, kwam gaas voor het raam. Bij goed weer was het de gewoonte dat het slaapkamerraam open bleef. Het gaas voor het raam stelde niet zoveel voor en zo nu en dan stak er een leeuwenkop naar buiten. Gelukkig lag het verblijf van de wilde dieren aan de achter- kant van de villa, maar op een dag ging het mis. Een wandelaar die de weg was kwijtgeraakt en in de be-boste helling achter de villa terecht was gekomen, kreeg de schrik van zijn leven. Toen hij sluipend door de tuin terug wilde keren naar de weg aan de voorzijde van het huis, zag hij twee leeuwen uit het raam hangen. Het duurde niet lang of brandweer en politie stonden voor de deur.

Daarna kwam de pers. De straat liep uit. In de krant stond de volgende dag: ‘Maastrichtse dame houdt er wilde huisdieren op na.

Anders dan het ‘journaille’ had gedacht, was Alice Kruzdlo een frêle vrouw met een zachte gevoelige stem, een vriendelijk oogopslag, charmant en elegant. Eerder een balletdanseres dan een ‘circuskunstenaar’. Maar schijn bedriegt…

Hoe zij ertoe was gekomen om te kiezen voor een zo gevaarlijk beroep? “Omdat ik van dieren houd”, antwoordde ze eenvoudig. Eenzelfde antwoord kwam van haar 80 jaar oude grootmoeder die even later aan het gesprek deelnam. “Ik vind het heerlijk tussen al die dieren in huis. Ik ben gek op dieren, mijn hele leven al geweest trouwens. Maar het meeste houd ik van Pacha en Saida. Pacha is een goeie lobbes een verwende lummel die alleen maar lekkere hapjes lust en Saida is een echt vrouwtje, speels, onberekenbaar en snoeplustig.”

Haar enthousiasme maakte duidelijk van wie haar kleindochter de liefde voor dieren had geërfd.

Intussen kostten de dieren handenvol geld en bleef nauwelijks voldoende over voor het gezin dat vaker honger leed. Alice had alles opgesoupeerd aan haar bijna dwangmatige hobby. Om een faillissement te voorkomen werd besloten de leeuwtjes aan winkels en warenhuizen te verhuren voor reclamedoeleinden. Pacha en Saida, zo jong als ze waren, moesten bijgedragen aan het onderhoud van Alice, haar drie kinderen, haar moeder en grootmoeder.

De eigenaar van het ‘Televisiepaleis’ aan de Brusselsestraat Maastricht maakte als eerste gebruik van die mogelijkheid en hij zag de leeuwtjes met weemoed vertrekken.

‘Ze waren hier al zo thuis en de leerling-monteur en ik’, schreef hij, ‘vonden het echte troetelkindjes, waar je zo echt van gaat houden. Ik zal dan ook vaak nog met heimwee aan die schattige leeuwtjes terugdenken.

Om U de waarheid te zeggen, had ik er in het begin een zwaar hoofd in. De mensen stonden vier rijen dik voor de etalage en het zag er naar uit, dat er meer belangstelling voor de leeuwtjes bestond, dan voor onze radio- en televisie-toestellen.

Hoewel wij van deze reclame niet schatrijk zijn geworden, zijn de kosten er dubbel en dik uitgekomen. De eerste dag, maandag, 28 november, verkochten wij alleen al twee televisies en drie radio-gramofoon-combinaties, wat voor een eenmanszaak toch zeker een zeer goede verkoop genoemd mag worden.

Het leukste van alles was echter, dat uw leeuwtjes zo met liefde door u verzorgd werden. Ze waren dan ook al spoedig aan ons gewend en hoewel ik ze niets mocht geven, had eens moeten zien, hoe ze mijn vingers aflikten, als ik ze ‘s avonds nog gauw verwende met kleine beetjes leverpastei. Dat is een ware delicatesse voor hen.

Al met al is het een reclame voor mij geweestdie ik nooit met dagbladreclame had kunnen bereiken. Ik wens u met uw leeuwtjes verder veel succes toe en kan mijn collega’s ad- viseren: doe het ook eens.

Het waren niet alleen eenmanszaken die dit advies volgden. In de etalage van Vroom en Dreesmann in Geleen lagen de twee jonge leeuwen een week lang tussen het speelgoed en trokken heel wat bekijks. Een modemagazijn in de Groote Staat Maastricht bood de mogelijkheid om voor twee gulden vijftig met een leeuwtje op schoot op de foto te gaan.

Alice was daarna door half Europa op tournee met onder andere Circus Strassburger, haar kinderen overlatend aan haar inwonende grootmoeder en overgrootmoeder. Haar droom om dompteur te worden kon ze echter niet waar maken.

Lees mijn boek TUSSENMENS.

Uitgeverij TIC Maastricht.

Bronnen: Robert Kruzdlo: Volkskrantblog; De Nieuwe Limburger.

.

.

E.T. was een ‘neurodivers’ wezen!

x

Steven Spielberg: “OK kid, you got the job.”

De film E.T. van Spielberg, waar ik nog steeds aan moet terugdenken. De lange vinger van E.T. met de woorden: Ik wil weer naar huis. Het jongetje Henry, kreeg de rol als vriend van E.T.

E.T. vertelt het verhaal over Elliott (gespeeld door Henry Thomas), een eenzame jongen die bevriend raakt met een buitenaards wezen, genaamd E.T., die gestrand is op de aarde. Vooral Elliott, maar ook zijn broer en zus helpen het buitenaardse wezen naar zijn moederplaneet terug te keren, terwijl ze het wezen proberen geheim te houden voor hun ouders en de Amerikaanse regering.

Verder lezen? Ga dan naar ‘Kruzdlo neurodivers’ WordPress.

In mijn boek “TUSSENMENS” vind je thema’s van ‘neurodiversiteit‘. Verstandelijk, gevoelsmatig en praktisch. Mij kun je in geen enkel hokje stoppen.

Mijn vader Joseph Walter Kruzdlo 2

Linksonder Robert Kruzdlo, vader Joseph Walter Kruzdlo en rechts zus Aneke, haar roepnaam.

Voorspel: Voordat mijn hysterische moeder met haar slaafje, kleinzoon van Dort – betekenis: daarginds -, in het ziekenhuis arriveerde, werd ik gewaarschuwd door een verpleegstertje die het een-en-ander nogal onpasselijk vond: ‘Je familie komt eraan,’ zei ze met een rode blos op haar bleke gezicht. Ze voelde het goed aan, en hup weg was ik.

Natuurlijk kende de verpleegster de geschiedenis van vader, zijn vrienden en vriendinnen hadden haar van alles ingefluisterd.

Toen ik terugkwam op mijn hotelkamer had moeder en de hulpsheriff, – die omdat hij beter Amerikaans-Engels sprak dan ik, want hij was met een Amerikaanse getrouwd en inmiddels weer ex natuurlijk – tijdens mijn afwezigheid, mijn toevertrouwde spullen, eigendommen van vader, uit mijn hotelkamer gejat! Strafbaar, natuurlijk, maar ik liet ze in de waan. Ik ben niet naar de politie gestapt omdat ik hen, die in de hitte van een hyper psychotisch gedrag verkeerde: in hun waanzinnigheid, met rust wilde laten. 38 graden was het in Wilkes-Barre Pennsylvania USA.

Alléén één ding waren ze vergeten: onder het matras kijken.

Ik was verguld, want onder het matras had ik documenten, adresboek en nog een aantal dingen verstopt. Natuurlijk mochten zij alles hebben, jatten wat moeder en haar hulpsheriff dachten dat het hen toekwam, wat voor mij niet bijzonder van waarde was. Ik heb gelachen en vooral wist ik, dat mijn verhaal de wereld overgaat.

Dort, denken ze er nog altijd anders over. 

Lees verder hier.

Meer lezen over mijn moeder, lees dan mijn boek TUSSENMENS.

Mijn volgende boek KERMIS deel 2 van de trilogie zal u niets verbazen.

Robert Kruzdlo Sevilla 2022 10 juni

.

La Morales

Tapasbar Casa La Morales Sevilla Spanje 7 mei 2022 Robert Kruzdlo

Ieder die verslaafd is zit diep in een knoopverslaving.

Stel…, dat uit de leegte iets verschijnt, plotseling een gewelddadigste herinnering, iemand, iets, een handeling en je in diepe schaamte onderdompelt?

Pau Austess

‘Ik ben een voorstander van ‘postkritiek’ de poging om nieuwe vormen van lezen en interpreteren te vinden die verder gaan dan de huidige methoden van kritiek, kritische theorie en ideologische kritiek. Maar, ik ben géén voorstander van de huidige postkritiek, die in allerlei schakeringen het voetlicht hebben gehaald. Ik ben voor postkritiek als, …als diegeen die kritiek geeft ook de regels van zijn eigen kritiek ondermijnt. Met het beeld van ‘Tussenmens’ in je gedachten kan dat.’ 

Toen ik dit gezegd had, keek ze mij aan: Als God, heet ze, Misja dus, kijkt mij met grote ogen aan. Haar lippen strak en opgerekt. Van haar wijd opengesperde ogen weerkaatst een vreemd licht, leeg, kristalhelderboos en ze voelt zich ineens ongemakkelijk; de nekspieren gespannen, komen haar lippen even van elkaar. In de pupillen zitten barstjes, trauma scheurtjes, woede van oud zeer, dat weet ze, maar ze kan er niets tegen doen. Het komt door mij, ík ben hét. Ik de dromer die langzaam achter het behang moet verdwijnen. Op zulke momenten lukt het haar niet de lava van oud zeer, gloeiende modder, als een vulkaan, niet over mij heen te spugen. Misschien heeft ze het gezien: ik krimp ineen. Ik maak mij zo klein mogelijk. Ik doe het voor haar…

In een interview zegt Misja, dat er een leegte in haar is. Door de leegte waarschijnlijk, koopt ze kleren en heeft ze inmiddels een halfton schuld. Ze draagt de kleren niet, ze stapelt ze op, op zolder bij papa en mama. Haar ex had eerst nog begrip voor haar en hoopte dat ze ‘de leegte’ met iets anders zou vullen. Kleptomanie neen…, en ook niet door weer een kapstok aan nieuwe kleren te kopen. Echtscheiding. Psychologen, filosofieën, helder verstand, het kon niet baten.  

‘Misja, zeg ik, je bent ‘KNOOPVERSLAAFD”.

Ik heb al beschreven hoe ze mij dan aankijkt.

Knoopverslaving is iemand die een vak heeft geleerd en desondanks niet weet hoe een mensenleven in elkaar zit. Elk boek is daar getuige van: je raakt verknoopt met wat in het boek staat. Je kunt als taalkundige proberen uit te leggen wat het boek te vertellen heeft, maar het blijft projectie, je getuigt van een zelfopvatting. En dat kun je vakmatig doen. Welke wetenschapper dan ook, je bent de klos van je eigen vak.

‘Misja,’ probeer ik weer, ‘geef eens kritiek op je zelf, vertel mij datgeen wat je aan niemand ooit verteld hebt.’

Zo waar komt er een glimlach.

‘Als ik het je vertel dan krijg ik mijn erven niet…,’ ze huilt.

‘Ik vertel het aan niemand, niet aan jouw, ook niet aan de psycholoog, nee ik lieg, wel dus, maar de psycholoog heeft mij beloofd…,’ door haar snikken kan ik niet verstaan wat ze zegt.

De zon is inmiddels achter de daken verdwenen. Het terras loopt vol. De plakkerige hitte wordt overschaduwd door een lange stilte. Schuldgevoel? Misja drinkt snel. Ik houd mijn mond en ik zie het weer voor mij, hoe ze loslippig dronken haar verhaal vertelt over haar jeugd. Mijn vriend en ik luisteren ingetogen, en kijken haar betekenisvol aan. Ze is dronken en dus hoeven we het niet te menen en dus, dus…, dus zus en zo.

‘Hij, in pyjama, pakte mijn hand die ik op iets hard moest leggen. Een bult. Niet dat ik hierdoor ben beschadigd, nee hoor… .’ 

Maar zei ik, vertel je nu niet letterlijk wat Marguerite Yourcenar heeft beschreven? Oom en het kleine meisje? Incest dat alleen in een puur particulier moment geen schade aanricht.*

‘Nee,’ zei mijn vriend die literatuur studeert, ‘ze verwijst naar Don Miguel en Anna die geen enkele spijt hebben als broer en zus met hun liefdes relatie, maar ze zijn bang, eeuwig in de verdoemenis te geraken, leeg te worden, dus kiezen ze voor boetedoening… .

Op het terras heerst een monotoon geroezemoes. 

’Ik ben knoopverslaafd, zegt Misja. 

Ze staat op om naar de toilet te gaan. Daar kan ze nadenken en als ze terug, met een plof, op haar oude plek gaat zitten zegt ze: ‘Ik dacht dat je alles zat in te vullen, maar nu begrijp ik pas dat het te maken heeft met dat je de leegte wil oplossen en daarmee het probleem.’

Ze omhels me.

La Morales, mijn favorieten tapas bar in Sevilla, we worden dronken. Ik verzin dit natuurlijk allemaal. Maar het helpt. Wie als God wil leven hoeft nergens bang voor te zijn.

Het is allemaal liefde wat hier kraait.

.

De schrijver postkritikaster aan tafel. Schilderij Robert Kruzdlo 1996

Robert Kruzdlo Sevilla Spanje 8 Juni 2022

*Yourcenar, An Obscure Man, heeft het jonge meisje Nathanaël een intieme, fysieke relatie met een man, oom, waarvan ze geniet. Zij weet dat de wereld hem zou veroordelen voor zijn deelname aan wat als onnatuurlijke handelingen worden beschouwd, maar zij weigert te geloven dat haar/zijn oprechte genegenheid voor een andere als verkeerd moet worden beschouwd.  

De pelgrimsroute van Santiago naar Jerez.

Santiago Abascal, voorzitter van de politieke partij VOX begroet militanten supporters en legt vriendelijk, bij verrassing, zijn hand op mijn schouder.*

‘Om de een of andere reden lijkt de mens, als we de seksualiteit even terzijde schuiven, niet altijd voor de wederzijdse liefde geschapen. Dat de zondeval hier debet aan is spreekt voor mij en vele andere geloofsgenoten vanzelf. De duivel is de overste der aarde met alle gevolgen van dien en dat weten we langzamerhand allen.’  

Dit las ik, zonder bronvermelding, op internet. Alsof het uit de blogger eigen koker van de blogger kwam, natuurlijk niet, hij staat er om bekend, plagieert erop los. En dus, heeft de lezer er niets aan te weten wie hij is. Helpt het zijn zonde toe te geven? Dit laatste zal hij nooit doen. Toch zag ik, door de tekst heen, de blogger doorschemeren, gaande duidelijk worden, de oude ziel. Demonisch figuur.

Gistermiddag, onder een felle zon, wachtte ik, gezeten op een marmeren bank, op een paar vrienden uit Israël, zonder dat ik daar erg in had. Ik had ze, er voor, nog nóóit ontmoet, maar na een minuut of minder voelde ik aan mijn klomp aan, dat het aardige mensen waren. Een paar zinnen en we hadden een geanimeerd gesprek over de lange wandelingen die zij samen hadden gemaakt: ‘Je ontmoet op de pelgrimsroute van Santiago de Compostela veel aardige mensen.’ 

Twee weken waren zij en hij samen en nu stonden we hier met z’n drieën onder een hete zon alsof God ons had samengebracht. Rondom ons wapperde in de warme wind VOX- en Spaanse vlaggen, niet wetend wat er kan gaan gebeuren vroeg een van hen: wat betekent dit allemaal?

Dit vroeg ik mij af toen ik de tekst over de zondeval las. Ik moest denken aan iemand die lijdt aan dwanghandelingen. Meestal zijn deze mensen niet creatief en op een bepaalde manier verstandelijk gehandicapt leugenachtig. Sinds de zondeval van die iemand, om het maar, zo verstandelijk mogelijk te opperen, herhaalt die iemand elke dag dezelfde handelingen: hij plaatst op internet eindeloos hetzelfde, dezelfde informatie over zichzelf. In wisselende volgorde, want er zal ergens op de wereld iemand zijn die vergeten is wie hij was, nee is. Potdorie, miljoenen keer heeft hij, de blogger, in tegenwoordige tijd, weer een muis- tipklik van iemand die op zijn blog klikt gehoord. Ergens uit een opflakkerende neuron spat het genoegen, de herhalingsdwang die onbehandelbaar is, vrees ik: knoopverslaaf, aan muis-, tipklikken. Zo ook de zondeval.

Ik had mijn vrienden uitgelegd hoe verkeerd, dat ik/zij, op dit door de hete zon overgoten plein, bezig waren. Het gekletter van vlaggen, aanzwellende mensen stemmen, die zo dicht op elkaar stonden alsof het één familie was die straks in één autobus moesten passen, verlangde ik naar het moment dat ik en mijn nieuwe vrienden, in joelen zouden uitbarsten: puta madre. Immers ik had gezegd dat de ‘duivel’ in aantocht was en die wilden zij ook zien. De duivel, daar mijn uit het niets verschenen Israëlische vrienden er alles van wisten, was het afwachten of we samen ‘puta madre’ willen gaan roepen?

Last hebben, nee géén enkele last ondervinden van dwanghandelingen is biologisch. Keer op keer moet je hetzelfde doen om bedrog, liegen en verdraaien van de waarheid te behouden, als een vurige drift. Ik zei tegen mijn vrienden dat in de politiek hetzelfde gebeurde, ook in Israël werd mij verzekerd. Het is een manier om, met je geloofsgenoten, de duivel te spelen en als je die niet hebt, een internetpubliek verzinnen met miljoenen klikken.

Dat er heel veel politie in burger was betekende toch wel iets. Dranghekken, links en rechts, werden extra gecontroleerd en toen er gejoeld werd, omdat er een aantal auto’s aan kwamen rijden, greep ik naar mijn telefoon. Die lag thuis. Mijn vrienden zwaaiden met hun telefoons. Samen zullen we met de duivel op de foto gaan, die als een breedlachend schaap zojuist uit de auto is gestapt en er een hemels applaus opstijgt. Boven ons een verzengende blauwe lucht.

Thuis, had ik bij het afsluiten van mijn computer nog gedacht dat als iemand die liegt en ‘willens & wetens’ een ander de grond inboort, dwangmatig dat wel, hier een duivel aan het werk moet zijn. En als de duivel straks de microfoon pakt, dan is dat voor zijn geloofsgenoten niet erg. We all burn in hell.

Plots stond Santiago Abascal voor mij. Om eerlijk te zijn had ik alleen Santiago geroepen. Mijn vrienden keken mij vreemd aan, nee zo heet hij en ik wees naar de man waarop een politie in burger mijn hand wegsloeg. Auw.

Santiago, zijn hand op mijn schouders. Ik voel het nog en ik kreeg een vreemde grimas op mijn gezicht. Dat ik daarom moest lachen deed er niet toe. Nee, in de tegenwoordige tijd, het er wel toe doet: de duivel had zijn hand op zijn vijand gelegd zonder dat hij dat wist. We zijn niet wederzijds om de liefde geschapen. 

Thuis dacht ik, om een goed gesprek te hebben, moet je met de duivel afspreken. Wie weet neemt hij zijn evenknie mee, Joost mag het weten. En dan te bedenken dat evenknie evenknie vonnist.

Aandoenlijk toch allemaal.

.

*Santiago Abascal verdedigd de waarden en tradities, het platteland en de visserij, het stierenvechten, de gelijkheid van alle Spanjaarden, de strijd tegen illegale immigratie, genderwetten en historisch geheugen.

Robert Kruzdlo Jerez de la Frontera Spanje 2022 juni

Er is alleen een nu.

Het NU. Robert Kruzdlo 1995

(…) Ik zocht niet meer naar warm contact, zou ook niet weten hoe. Als eenling voelde ik mij vrij, ondanks dat ik geen middelen had om mij zelf te voeden en te kleden, voelde ik mij als ‘weeskind’ het beste. Mijn heimwee naar huis was uitgeblust. De brieven die ik aan moeder schreef heb ik nooit verzonden en als ik door wroeging geteisterd werd, schreef ik dat ik naar huis verlangde en borg de brief tussen alle niet verzonden brieven op. Volgens mij, had moeder geen idee hoe ik het overleefde, dat kon zij ook niet weten, ik wist het zelf niet, maar ik voelde mij vrij. 

Om uit te zoeken, wat dit zelf ook mocht zijn, dacht ik er verder niet over na, dat leek mij het beste, maar…, toch dacht ik van alles. Ik dacht nooit dit of dat, ik droomde dat de gedachtes met elkaar speelden en uiteindelijk, hoe absurd, wanhopig werd ik er niet door, integenstelling tot Sisyphus zocht ik niet naar de betekenis van de mens, naar eenheid en helderheid, ook kwam ik niet in opstand en passief was mijn gedrag ook weer niet. Nee, gelatenheid was het nu ook weer niet. Geen kwelling, geen hoop, er was alleen een onvervulbaar nu, een nu omgeven door niets, zonder God en zonder rede. Het nu, komt in opstand tegen het verleden en toekomst, tegen de stront in je ogen van een ander. Moeilijke zin¿ 

Er zal geen toekomst of einde zijn. Zelfs als het ‘einde der tijden’ toch aangebroken is, – de glorieuze entropie – is er nog steeds adaptatie en overleven, een nu. De wereld zal nooit vergaan. Want niets kan verdwijnen. *


.

Tekst uit het boek KERMIS van Robert Kruzdlo.

*’Omnia mutantur, nihil interit’, schrijft Ovidius in Boek XV

Over Robert Kruzdlo

Sex en vrouwen in Egypte

De vrouw op de paddentol.

Er komt een prachtige tentoonstelling ‘Dochters van de Nijl. Vrouwen en de samenleving in het oude Egypte.’

De tentoonstelling is vanaf 10 juni te zien in Madrid Nationaal archeologisch museum. Prachtige tekeningen op papyrus gevonden in een pot in Turín in de buurt van Luxor. De vrouw haar macht in de samenleving en haar driften.

Er worden verschillende seksuele praktijken getoond. Mannen met enorme penissen en vrouwen op voorwerpen.

De machtige vrouw, waar zijn ze gebleven?

Enorme penissen waarvan het topje verdwijnt.

Dam Amsterdam 1965

Robert Kruzdlo 1965

Hij reed rond in een Mercedes-Benz 280SE en in zijn dashboardkastje bewaarde hij een vossenstaart. Van de twee littekens op zijn polsen werd ik bang, angstig, maar ik vroeg hem daarover niets. Hij had een paar weken geleden een foto van mij genomen. (Zie boven.) Op onverwachte momenten hield hij mij aan of liever gezegd sprak hij mij dwingend aan. Meestal op de Dam. Rond het Vrijheidsbeeld waar dag en nacht geslapen, gerookt, gitaar gespeeld werd en de tijd stil stond: er was alleen een nu. Nu of nooit. Nietsdoen hoorde er ook bij: in het nu heb je niets nodig tot je honger krijgt. Hij zei: heb je honger? Ik knikte en we liepen een paar steegjes in. Met een grijns van verbittering en verlegenheid, zijn hoofd gebogen, -hij leek mij een schoft. Maar ik zette mij er overheen. Ik had honger.


Tijdens de rit naar een sterrenrestaurant opende hij het dashboardkastje en haalde de vossenstaart tevoorschijn. Hij zei nauwelijks verstaanbaar dat het zo’n lekker gevoel gaf. Ik kreeg medelijden met hem maar dit wilde ik hem niet laten merken. Later misschien.
Toen hij zijn smetteloze auto parkeerde bedacht ik mij: “Meneer Spil, ik wil naar huis.”
“Waarom nu,” zei zonder mij aan te kijken.
“Ik stink, ik kan niet zitten in zo’n duur restaurant.”
“Dan koop ik eerst nieuwe kleren voor je.”
“Dat hoeft niet, want mijn leven zal er niet door veranderen.”
Hij huilde. Ik liep schoorvoetend van hem vandaan. De vrees dat hij mij zou volgen was er niet.


Toen ik thuiskwam bleek dat ik in mijn binnenzak de vossenstaart zat. Die was voor overgrootmoeder en ze was er duidelijk blij mee.

Jerez de la Frontera 24 mei 2022 Robert Kruzdlo

Klotentijd in the USA

Catskill Amerika 2016 Robert Kruzdlo

De gedachten gaan als zwaluwen over de stad. Ik zit op het dakterras en drink een biertje. Verzonken kijk ik naar de door de zon verschrompelde planten. Ik ben lang onderweg geweest. De lucht is grijs en de wolken dalen. Amsterdam justitie, Amersfoort, Eindhoven, Barcelona, Jerez de la Frontera en ik zit op mijn plek. Gitaarmuziek klinkt dof. In de straat piepen de autobanden. De hitte walmt esoterie. Voel ik mij nu vrij¿

Nee, ik ga u niets vertellen over hoe de … mij ertoe heeft aangespoord naar Amsterdam te komen om mijn zaak samen met een advocaat te verdedigen. Feiten zijn soms geen feiten en als ze dat wel zijn zeg je de waarheid nog niet. (Ik woon nog steeds in Amerika Catskill NY.)

Op de muur verschijnt een muurhagedis. Ik zeg tegen het flitsende beestje: Mijn moeder vertrouwde mannen die ze niet had moeten hebben, haar constante schaamte bezorgde haar drankzucht, drankzucht geldproblemen en tenslotte al rokend een hartstilstand. Ze haatte mij meer dan alle mislukte relaties die ze had. De hagedis steekt zijn tongetje uit.

Ik verdwaal als schrijver.

Soms kan ik mijn leven op één postzegel schrijven.

Ik woonde in Catskill Amerika. De politie van Catskill had een oogje op mij. Platleggen door, als ze voorbijkwamen met hun politieauto, mijn naam te noemen. Als ik in een café zat vlak voor mijn tafeltje aantekeningen maken en als ik joggend over de Hudson brug kwam, even op mij af komen rijden.*

Waarom, verdommeling moet je hier weer aan denken¿

Ik ben verdwaald in mijn verhaal.

Vaak droom ik dat mijn penis afvalt en ik die weer terug moet plaatsen. Soms vallen ook mijn ballen af. De psychiater zei, toen ik achttien was, dat dit met mijn moeder te maken had: schaamte om een lul te hebben.

Ik verschroeide met verse schaamte en blaak daarna weer van veerkracht.

Catskill, och wat was dat een klote tijd. 2016 en nog gieren de verhalen als zwaluwen mij door het hoofd.

*Ik had toentertijd, als stand-upcomedian, beweert dat elke blanke Amerikaan geen natuurlijke bewoner van Amerika is. Dat er bloed aan hun handen kleeft en verantwoordelijk zijn voor de miljoenen slachtingen onder de oorspronkelijke bewoners.

2022 Robert Kruzdlo Barcelona, Jerez mei 2022

Voor wie wil schrijven kijk eens naar deze video: https://youtu.be/sUppgpgFyP0