Vrouwen, ze tetteren nog in mijn oren.

Ik hoor hier niet thuis, ik ben geen antroposoof.

Ik ben Manon Uphoff niet.

Uit het boek de Kolonel:

Antroposofie, zeg ik luid, de Kolonel schrikt. U gebruikt wetenschap om het “onzichtbare zichtbaar en het onhoorbare hoorbaar” te maken? U bent op zoek naar het etherlichaam, maar dat heeft de wetenschap al opgelost.

Ik heb, zegt de Kolonel, ergens onder de schedel een plekje gevonden waar nieuwe neuronen worden aangemaakt. Hij zucht. Nieuwe neuronen om herinneringen vast te houden en elke seconde opnieuw. Nee, het heeft niets met een zelf, een geest of-zo-iets te maken: het gaat vooraf aan een zelf, een geest of een ik. De anatomie vóór een zelf bestaat. Je kunt er met taal niet komen. (De Kolonel is neurowetenschapper en kan door een plakje hersens met een computer te verbinden stemmen horen die in dat deel ooit zijn opgeslagen.) 

Waarom geloven mensen dat ze zich kunnen redden door taal?

De Kolonel kijkt mij vragend aan: Niet jij komt als eerste iets meer te weten van jezelf, maar de hersenen met de stille stem. Meer dan jij ooit zou kunnen beschrijven en beschouwen. Je blijft dat kind van veertien maar als een volwassen. Je ‘was’ en je bent ‘nu’… Nu en toen…hier en nu, hechtend aan het verleden.

Dus wat je denkt te weten over die zogeheten zelf is allemaal fictie?

Ja, ja en nog eens ja. Schrijvers zijn “destroyers of worlds” want in die werelden kun je niet leven. Die, hoe heet ze ook alweer…, ik ben haar naam vergeten, waar zitten die neuronen in mijn kop, die vrouw die nog altijd veertien blijft én volwassen, godnogaantoe, nee…nee…ik kom er niet op, die zei: Door te zijn wie je bent, door je eigen wereld onder ogen te zien, je eigen verhaal en geschiedenis onder woorden te brengen vernietig je een geschiedenis. Maar dan op een manier die moet helen, zegt ze? Ik kan het niet meer volgen. Jij?

Ja. De hersenen, het lichaam wil in balans zijn, helen zich als dat moet. De geest, of noem iets anders, wordt ertoe aangezet om mee te werken. Het lichaam, de hersenen doen het voorwerk. We hebben een herstellend vermogen op basis van de natuur, de biologie. Misschien moeten we het lichaam bevrijden van de literatuur en de kunst. We moeten een nieuw naturalisme bedenken. Nietzsche schreef: Het geloof in het lichaam is fundamenteler – dat heb ik liever – dan het geloof aan de ziel. Het lichaam is de bron van de ideeën. Als de mens denkt is hij een leugenaar. Is hij fictie. Het lichaam vindt het oeuvre van de schrijver uit. Een geduldig aanzwellen van stille stemmen onder het schedeldak die het lichaam oproepen tot schrijven en het ondraaglijk wordt als de schrijver er geen gehoor aangeeft. 

De Kolonel loenst. Knijpt zijn ogen dicht en drinkt zijn glas leeg. Hoe vergroot ik mijn vrijheid, zoals de stille stem van mij wil?

Aj…ha, nu weet ik het weer “Manon Uphoff” proost.

Mijn schedeldak.

Robert Kruzdlo Kathedraal Sevilla Spanje. 2022 juli