1973 Me Too

Tekening van Kiki Robert Kruzdlo 1973

.

Tieten. Hoeveel heb ik er niet al gezien en hoeveel niet in mijn leven. Elke borst is anders. Van puntzakje tot neervallende – of afhangende borsten, tieten die er niet meer toe doen. Volle kleine borstjes, jongensborstjes of lellen tot op de heupen. Afrikaanse puntzakken. Amerikaanse kanonskogels. Afgeschoten borsten en siliconenborsten. Tennisballen. Mijn ex deed elke dag een potloodtest: ze plaatste een potlood onder haar borst, haalde diep adem en als het potlood op de grond viel dan had de zwaartekracht nog geen grip op haar borsten gekregen. Op den duur gaan alle borsten hangen, verschrompelen en worden de moederkransen en tepels slap en zien eruit als verlepte roosjes. Het worden navelstaarders. Ze zullen langzaam naar de aarde wijzen. Ik hoor grootmoeder An, nog zeggen: Eerst kun je er een vulpen mee vasthouden en dan mijn portemonnaie. Nu flits er een ander verhaal tussen miljarden textus nervosus: 

Ze kleedde zich langzaam aan, weifelend, zonder haar gedachten te kunnen raden. Ik wilde haar niet lastig vallen met mijn intuïtie, mijzelf niet op de voorgrond zetten, alhoewel er niets anders opzat van haar afscheid te nemen. Een snelle kus en de volgende week zie ik haar weer in mijn atelier.

‘Mijn ouders zijn dit weekend weg, wil je bij mij slapen.’

‘Natuurlijk,’ om mij groot te houden, ‘maar je bent nog geen achttien.’

Haar ogen fonkelden, nee liever gezegd, het licht in haar ogen straalden er van af. Nu moest ik wel. Officieel had ze aan de administratie van de Rijks Academie gezegd dat ze achttien jaar was. Ik was bang. Stel je voor haar ouders komen eerder thuis.

‘Het mag, …wees niet bang.’

‘Goed.’

Het ouderlijk huis, een statig herenhuis met vier etages, had een grote kunstverzameling aan de muur. Ook een tekening van mij. In het midden van de kamer stond een sculptuur, een steen die constant nat werd gehouden; er vloeide constant water over de steen en je kon niet zien waar het vandaan kwam. Ik was er bijna op gaan zitten. Die nacht dronken we veel.

Kiki, heette ze. ‘Kirkir,’ zei ik steeds als ik mijn hoofd onder de dekens verstop. Ik dorfde haar niet te plezieren. Ze moet slecht hebben geslapen. Toen ze mijn hand pakte en die tussen haar benen gelegd had, gaf ik mij over aan haar wilsbesluit. Me Too, deed ik niet aan. Ik was duidelijk ondergeschikt en daar was ik trots op. (Gezien mijn slechte opvoeding.)

De volgende ochtend werd er op haar slaapkamer deur geklopt. Ik wierp het laken over mij heen en liet een klein stukje van mijn hoofd zien. Haar moeder trad de kamer binnen met in haar hand een dienblad met twee gekookte eitjes, geroosterd brood, thee en chocolaatjes. Ik was opgelucht.