Só taalexperiment.

Aantal pagina’s uit het boek De Kolonel.

Is het je opgevallen dat er steeds meer kinderen zijn die zich niet in woorden uiten maar in klanken. Ik las in de krant van Babel dat er een speciale school is opgezet voor kinderen tot zes jaar die met elkaar communiceren in prelinguïstische klanken of alleen fluiten, neus en keelklanken. Mijn buurjongen van acht wil nog steeds niet talig zijn. In alles wat hij in klanken zegt kan ik hem volgen. Mijn onderzoek, de Kolonel gebaart met zijn handen in de lucht, is erop gericht, ….hierover later.

Só, drentelt door de kamer. Hij is zeer geconcentreerd en wil door niets afgeleid worden. De Kolonel zit achter zijn computer en als Só begint te spreken, noteert de Kolonel zijn woorden. Só, gaat op de vloer liggen, zijn armen gespreid, zucht en sluit zijn ogen: Die kinderen hebben precies door waarover het gaat. Ik ga het proberen uit te leggen. Al begrijp je mij niet meteen helemaal, hoor mij aan, blijf bij mij. Er zijn dus twee vormen, persoonsvormen, ‘ik en hij’. Ik dat weet je en Hij is het brein. Dus een ik en een hij tegelijk. En dus niet alleen een ik. Mij, die ik is van mij, is dus óók een hij. Volg je mij¿ Mijn brein bezit een ik en een hij. Die ik/hij is van mij. (Spreektaal.) Het brein is de souffleur van de persoonsvormen IK en HIJ tegelijk. Je kunt beter spreken van een brein als HET. Wat ik nu beweer is taalverminking¡ Maar, …deze taalverminking biedt dus een kans om een nieuwe literatuur te schrijven. Nieuwe kansen voor de kunstenaar. Wanneer het brein, HET spreekt, in de eerste persoon IK, spreekt zij ook in de derde persoonsvorm HIJ. HET zal een nieuwe persoonsvorm worden. Maar HET is in den beginne woordloos. Het zijn de miljarden stille neuronen die spreken als Het brein, HET is de souffleur van Narcissus stem, van alle stemmen in het planetarium. Ook van mijn stem. Taal is de boodschapper van een niet bestaande wereld die ronddart als werkelijkheid. Een werkelijk verschroeiende werkelijkheid, onmenselijk en de natuur heeft niets goeds met ons voor. Het brein, HET, is de onbevlekte ontvangenis van de biologische, fysische, neuro art literatuur die ten koste van de vrijheid de boodschapper van altijd slecht nieuws is. Altijd. De ‘Tussenmens’ is dus het einde en begin tegelijk. Entropie. Dit is nu de onzalige metamorfose van de nieuwe taal die wij moeten gaan spreken. Kunstenaars sta op, sluit alle bibliotheken en museums.

Je moet het verhaal achterstevoren vertellen, zei de Kolonel, dat is het enige wat we kunnen. Voor het woord woord wordt. Tropisme, …dat is het. Let op mijn woorden die tijd komt nog.

Dat probeer ik ook, zucht Só. Ik breek de toren van Babel af…, of zo iets. Wacht laat me denken, mijn denken inhalen, tot ik het begin heb bereikt, the pop-up, het lampje boven mijn hoofd aangaat, dan moet ik krimpen, verder teruggaan dan de taal, de taal van het lichaam worden, zonder geschiedenis. Dan is er weer overal vrede. Niet¿

De Kolonel knikte.

Maar nu zijn we idioten, hoe komen wij hier vanaf¿

Nirwana, zei de Kolonel. Het antwoord op de taal entropiëtische situatie. Er is geen wetenschapper die dit kan STOPPEN. De Kolonel slaat met zijn vuisten op tafel.

Só, alles terugdraaien dus. Woordloosheid.

Kolonel, alle stemmen laten horen, alle woorden, tot er niets overblijft. Stilte, het niets, de rest is filosofie van de koude grond. Zelfs de stem van Adam en Eva beluisteren. Dan de stilte van het universum. En dan¿

Dan kan alles opnieuw beginnen, zegt Só.

Kolonel, we moeten ons voorbereiden.

Ja, we moeten klaar staan, mompelde Só.

Niets is een illusie, mompelt de Kolonel verlegen, volgens Beckett: zolang het duurde, die aanwezigheid van wat niet bestaat, die aanwezigheid van buiten en binnen, die aanwezigheid ertussen, (…) als ik begrijp hoe het iets anders heeft kunnen zijn.

Só, Beckett bedoelt hier de tussenmens. Ik, hij denkt dat niemand ons gesprek kan volgen.

Kom ik heb zin in een beetje semantische onzin. In een taalspel. HET doet ‘t weer. We gaan toch naar de kloten. Of er moet een oogverblindende ster gaan schijnen, die zoveel licht brengt dat wij zonder een woord te zeggen het loodje leggen.

Er zit een gat tussen mij en mijn brein, een gat tussen mij en de werkelijkheid.

Je hebt gelijk Só.

De natuur zoekt het maar uit.

De biologie van het lichaam is over ons de baas, hij misbruikt ons door ons op te schepen met een taaltje. We zijn erin gestonken. God met ons.

Je hebt gelijk Só.

We moeten terug naar de eerste klanken.

Dat gebeurt nu toch¿

.

Robert Kruzdlo Cadiz Andalusië Spanje.