
De zon schijnt niet. Toch is het druk op de terrassen en in het oude centrum van Conil de la Frontera. Iemand valt mij op, een oude vrouw, ze draagt een zonneklep. Onder de zonneklep een zonnebril. Voorovergebogen, voldaan knikkend boven een rij sardines. Ik heb haar eerder gezien. Opvallend die zonneklep.
Elke keer als ik een wandeling over het strand of door het oude centrum maak, zie ik de vrouw met de zonneklep. Hoe kan dat toch¿ Toeval¿
Goethe droeg een zonneklep op zijn sterfbed. Zo beschermde hij zich tegen het (felle) licht. Zij moet ook hinder ondervinden van het licht, zelfs als er een regenbui sist en tikt op de parapluw’s. Goethe, zo lijkt me, zal zich ook zonder de zonneklep het Duitse, Italiaanse licht hebben herinnerd. Misschien het stralend licht van zijn heen gaan: het verlossende licht¿
De laatste dagen zie ik in het dorp en op het strand de zonneklep niet meer. Vertrokken¿
.
En als ik mij iets herinner, dan komt
dat door de klanken in mijn hoofd, klanken
van het ‘binnenbrengende nu’ naar het straks, het
verleden toe: het heden van toen.
Begerig kijk ik reikhalzend
naar het ‘toekomstigverleden’
dat nog zonder klanken, taalloos is.
Goethe slaap zacht.
.
Conil de la Frontera 2022 Robert Kruzdlo