Michiel Lieuwma zal nooit zijn muzen zien. Hij krijgt zijn vinger er maar niet bij…

Buurman waar ik bijna elke dag kom en op zijn strandterras dit blogje schreef.

Tijdens een wandeling over het strand dat door de storm in een ‘maanlandschap’ was veranderd mijmer ik over de kunstenaar dwarsligger Michiel Lieuwma. In de geulen achter een lage duinrij, rond een ven, tussen het alfagras stapt een lepelaar. Een groep kleine zilverreigers vergezellen hem tussen het pampagras. De ondergaande zon is door het woestijnzand dat vanuit Marokko waait oranje-bruin: mijn hoofd en schouders zijn bestoft. 

Hij, de kunstenaar, wil zijn vinger achter de geheimen van de muzen krijgen. Al zijn pogingen tot nu toe zijn mislukt. Uiteindelijk maken die mislukkingen dé moraal van dé kunstenaar uit: misluktkunstenaar.

Elke kunstenaar is, een moralistische mislukkeling. (Die zich ook nog eens politiek moet uitspreken?) De mislukte kunstenaar gelooft in de liefde en schoonheid. Kunst, is een Fata Morgana, en ook weer niet. Hij legt zijn onvermogen in zijn werk.

De kunstenaar is bij zijn geboorte al dement en op bepaalde momenten helder genoeg om de vraag te stellen: Waarom moet ik huilen om een boek. Dat heb ik met weinig boeken. Toch ben ik gaan nadenken waarom ik zo geëmotioneerd, gevoelig reageerde op een tekst van een boek. *

Een minutenlang betoog over wat die emoties en gevoeligheden nu precies zijn, vindt de kunstenaar het antwoord niet. De blokkade blijft. Het uitzicht op een antwoord is er niet. Zonder dat hij er erg in heeft staart hij als ‘mislukt kunstenaar’ zich blind op een muur: Wij kunstenaars zijn er, omdat we er zijn.

Pijnlijk. Ja. Maar er valt mee te leven. Luister naar de podcasts van Michiel Lieuwma en je tiereliert lustig met hem mee. Hij stelt aandoenlijke vragen. Antwoorden nee die zijn er niet. Hij zwalkt je het donker bos in. Je raakt de weg kwijt en elk licht dat er schijnt maakt je blind. 

Voor mij is er maar een wet: De kunstenaar is er omdat hij er is. Punt.

Waar ligt de grens van de vragen precies? 

Michiel Lieuwma is een kunstenaar die wil weten wat hij nooit te weten kan komen. Hij krijgt geen antwoorden op zijn diepe vragen, hij kan zich ook niet meer afvragen dan hij al doet en stuit op een muur zonder een opening. Zelfs met dynamiet zal hij geen opening vinden. Die grens – benoemt hij als liefde – is liefde en schoonheid. Liefde en schoonheid als grens van de onbeantwoorde vragen. Want zonder liefde en schoonheid gaat het leven niet door. 

Het zijn woorden en dus niet twee keer twee is vier. Liefde en schoonheid hoor ik aldoor Michiel Lieuwma zeggen. Niet voor de kennis dat hij een mislukt kunstenaar is, zoals elke kunstenaar – en ik ook – maar Michiel Lieuwma kiest voor verhalende vragen zonder antwoord. Voor kleine en grote verhalen. Het liefst voor grote verhalen. 

Michiel Lieuwma kiest in zijn gesprekken met andere kunstenaars voor warmte. Voor een warme bevestiging, voor kinderlijke onnozelheid, blinde fictie, en ziet hoe de muzen tussen al deze verhalen hem ontglipt. De hoogste vorm van wijsheid is ‘de mislukking van de kunstenaar’. De overgevoelige onnozelheid, die antwoord zoekt en weet dat hij die niet kan vinden. De grens is daarom voor Michiel Lieuwma liefde en schoonheid. Want anders ben je geen kunstenaar.

De mislukt kunstenaar Michiel Lieuwma: Hoe zeg je dat? Ik was echt ontroerd. Ik schoot vol. Toen ging ik er over nadenken en toen dacht ik van…, wat gebeurt er met me, waarom raakt het mij? Toen kwam ik erachter, dat kunst met liefde en zorgvuldigheid gemaakt is en nogmaals, in een keer raakte het me, al die gevoelens tegelijk DIE in mijn hoofd zitten, ja, dit is wat ik wil vertellé.

Het antwoord op hoe en waar deze emotie ontstaan geeft Michiel Lieuwma niet. (Podcast.)

Hij krijgt zijn vinger niet achter de muzen hoe die in zijn hoofd werken. Hij weet dat een muze een wezen is en achter al zijn emoties, gevoelens en denken zit. Hij benoemt het in zijn gesprekken met andere kunstenaars niet. Ik wel.

Het is het HET. HET is het brein. HET de ontoegankelijke muzen. Waar je geen vinger achter krijgt. Elke poging om de muzen te zien mislukt. Het denken van Michiel Lieuwma verjaagt de muzen. Hij is HET niet. Dus komt hij met vragen waarvan hij weet dat hij die NIET kan beantwoorden. 

Goed, denk ik, gelukkig dan zijn er nog de verhalen, de liefde en de schoonheid van Michiel Lieuwma. De energie, de knetterende energie, het dynamiet van de energie enzovoorts. De mislukt kunstenaar Michiel Lieuwma, heeft zo zijn woorden gekozen.

Misschien is het gewoon een fysische drift, biologisch, chemisch, nee het zijn de muzen van Lieuwma.

Goed, dit is wat ik mijmerde tijdens een wandeling over het strand dat door de storm in een ‘maanlandschap’ was veranderd. In de geulen achter een lage duinrij, rond een ven, tussen het alfagras stapt een lepelaar. Een groep kleine zilverreigers vergezellen hem tussen het pampagras. De ondergaande zon is door het woestijnzand dat vanuit Marokko waait oranje-bruin gekleurd. Mijn hoofd en schouders zijn bestoft.  

Ik mijmer me naar mijn appartement: Je moet gewoon een kind blijven. Welke leeftijd je ook hebt. Kijken met de ogen van een kind die al vroeg de muzen uit het oog heeft verloren. Blijf maar gezegend geniaal kinderlijk.   

Michiel Lieuwma zal zijn muzen nooit zien.

Ik wel¿

.

* Over de “biologie van taal” is nog niet veel over geschreven. De schrijver/kunstenaar zal zich vanaf nu moeten heroriënteren.

Rome Robert Kruzdlo 24 maart 2021