Mijn eerste ballettijd 1955

In de bijkeuken was langzaam het rumoer afgenomen. Onder het plafond rond de bruine perkamenten lamp, waaraan vliegentrips vol vliegen hingen, dreef steeds lager de sigarettenrook. Plotseling viel een lange stilte; iedereen rond de keukentafel wachtte op iets, maar wat? Het niets? En dus dan maar de glazen bijvullen, een nieuwe sigaret draaien, tot iemand plotseling riep of een raam open kon, — het gezelschap bestond uit drie dames en één heer: smal gelaat, rond brillentje, verlegen, ongeschoren bleke strakke wangen als violen — of er nog bier was en of iemand wist waar de advocaat was, toen werd het weer stil en was de staande klok in de gang weer te horen; iemand lachte en met een opgewekte vrouwen stem: roep de kinderen, laat ze een balletje dansen. Dat vond iedereen een goed idee. Het rumoer nam weer toe, moeder haast zich naar de keuken en opende de keukendeur, om, met een ietsje ordinaire stem de twee kinderen te roepen die, op de divan in de voorkamer in slaap waren gevallen. Het was een heldere nacht vol sterren, misschien dat daardoor de dames een beetje vruchtbaarder waren want de enige heer moest het keer op keer ontgelden: waarom trouwt u niet, u heeft toch genoeg geld en een Vauxhall Velox, terwijl ik, zei moeder die in haar handen twee pluche tafelkleden had, ik in een Isetta BMW drie wielen rondrijd. De man werd er verlegen en deed een verzoek of hij van de toilet gebruik mocht maken? Ga je buiten niet pissen, zei een van de dames die teut begon te worden.

Je moet optreden, zei hij toen ik hem op de gang tegenkwam, roep ook je zus.

Ter afleiding moesten wij ons weer eens, half slapend, in onze balletpakjes frommelen; waren wat duizelig van de slaap en zagen de wereld maar half zo rein om onze pyjama’s te ruilen voor balletpakjes. De man schreeuwde om toiletpapier. Moeder bracht de Limburger en een fluitketel water. Tante Satijn glunderde — we noemen haar tante, maar dat was ze niet — er stond iets te gebeuren wat haar zeer amuseerde, ze glunderde door haar aangebrachte poederblos: gelukkig geen weggegooid geld om ons op de balletschool te plaatsen. 

Een zwarte maillot, zijden blouse, riem van nep zilverleer, rond mijn bovenarm een armband van tante en een sjerp uit Indonesië. Het achtergrondje, coulisse van twee pluche tafelkleden die moeder kunstig had opgehangen; eerst begreep ik er niets van, waarom alles zo snel uit de kast werd gehaald om ons ten tonele te roepen, maar toen tante riep: op gestrekte tenen staan, handen boven je hoofd als een flamenco, flitste er een sterk licht, zo sterk dat wij even met onze ogen stonden te knipperen. Mijn zus had al snel door dat ze vereeuwigd werd, ze ging op de grond liggen, op een knie en keek mij aan zo van, til mij op, draag mij en zet mij neer. Stil blijven staan, zei de man. Weer een lichtflits. Nu begreep ik het. De Kodak klikklak camera van de man die ik op de gang was tegengekomen…, bleef flitste tot het rolletje volgeschoten was. Mijn zus en ik kregen voor de korte show vijfentwintig cent: genoeg om een zak friet met mayonaise te kopen, want dat zei tante Satijn: wel naar de friettent brengen hoor. Er werd stevig gelachen.

Achter in de friettent was een balletschool van mevrouw Hánkelmann.

Je krijgt elke week vijfentwintig cent als je naar de balletschool gaat, had tante Satijn tegen mij gezegd. Ik wist dat het ‘varkentje’, een jongen uit de betere buurt, er ook op zat en die kon niet balletten zei tante, en, dat alle kinderen die balletten kunnen uit een lagere klassen kwamen, wist ze. Varkentje stonk naar rijk huiszweet, strijkijzerhemd, verschaald groene zeep en soms ook naar de mottenballen. Hij werd zo genoemd omdat hij een keer een big had gestolen en los gelaten in het bos. 

Wij kinderen van St Pieter roken naar huisstof, droegen oude pleisters op onze knieën, hadden afdrukken van Limburgerpoeppapier en in de winter roken we naar de kolenkachel. In onze haren zaten hard geworden haarklitten. Tante had uitgeroepen dat ik heel goed kon dansen en de gratis balletschoenen met kartonnenzolen die ik had gekregen toog ik met mijn zus bijna elke dag naar de balletschool achter de friettent.Tante had gezegd: je bent een echt circuskind. (Dit zei ze niet tegen mijn zus.)

Die avond kregen we dertigcent extra als wij maar op ballet bleven, zei tante en naar haar wilde luisteren. Mijn zus wilde sowieso op ballet en beroemd worden. Ik: die Maillot zat me niet lekker.

Links Robert Kruzdlo 6 jaar en rechts Anna 7 jaar. Rond 1955, Maastricht Nederland @rkruzdlo 2021