Bloederige vrouwen

Val mij niet lastig/ ik ben niet zoek/wil alleen zijn/zonder jullie licht/stroomt het water/aan jullie ogen/voorbij.

Je husselt tijden, plaatsen en perspectieven door elkaar. Je wil de grammatica te slim af zijn: zo vind ik dingen uit waarvan gezegd wordt dat dat komt omdat het Nederlands niet mijn moedertaal is. (Ik ben geboren in Amerika, op mijn derde belandde ik in Limburg, vervolgens Domburg en uiteindelijk in Amsterdam in de hoerenbuurt.) Heeft de lezer hier iets aan? 

De taal is dwingend maar niet onoverwinnelijk: let maar op. Persoonsvorm wisselingen. Apollinaire deed dat ook, ‘ik en jij’ door elkaar gebruiken. (Zone: Vandaag loop je rond in Parijs de vrouwen zitten onder het bloed/ Het was ik wou dat ik kon vergeten toen de schoonheid aan kracht had ingeboet.) 

Ik schrijf soms met twee persoonsvormen: ‘ik en je’ Andere schrijvers gebruiken als hoofdpersoon de ‘ik’ soms met ‘zij’.

Heden en verleden zijn diffuus. Het is geen spelletje, het is bloedserieus. De onderbroken vorm is essentieel in het schrijven. Taal is onmacht, machteloosheid van mensen om tot elkaar te komen en om het diepste zelf te kennen dat straalt van verlegenheid als een bloedrode zon die ten ondergaat. Diepste zelf? Waar zit dat? 

Wat weten we van het brein en de werkelijkheid? Je moet net als zij, ik bedoel Fleur, hard, kil en com­pact formuleren en als je wijdlopig wil zijn in je schrijven, laat dan die dingen weg om het ‘kort te willen houden’. Tekst aanbinden, geselen: woorden weglaten, tot je bijna niets meer overhoudt, is zelfmoord. Uitstel van zelfmoord is schrijven. Houd je aan de regels dan gebeurt er niets met je. 

Neem de zweep mee en luister naar de knallen van de knoop. Klak, klak. Misschien wel het mooiste gedicht dat ooit is geschreven: klak, klak.

Maar ik ben niet schoolgegaan, dat wil ik ook even zeggen.

@robertkruzdlo 2020 Gedicht Robert Kruzdlo Andalusia Man Amour.